• Image and video hosting by TinyPic

Wie o wie is Champagne?

  • Champagne is een(single) dame die net de respectabele leeftijd van vierenveertig heeft bereikt. Ze is een ware Bourgondiër; een bon vivant. Optimistisch bewandelt ze haar leven, beschouwend, analyserend en met een grote portie humor. Relativeren is een groot goed. Ze is moeder van twee pubers die haar scherp en alert houden. Ze gaat graag naar theater, is dol op een goed glas wijn, kookt graag uitgebreid voor haar vrienden en wil vervolgens lang tafelen in goed gezelschap. Ze houdt van diepgang en een goed gesprek. Schrijven is puur een hobby en tevens een uitlaatklep, iets wat ze van sporten niet kan zeggen. Naast haar gezin, huishouden en sociaal leven, verdient ze de kost in de acute psychiatrie, waar ze nog steeds met veel plezier werkt!

    Niets van deze web-log mag worden verveelvoudig en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van champagne. © Copyright 2005-2009. All rights reserved.


Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

9 februari 2010

Sha-la-lie, dat wordt 'm nie

Vader Abraham heeft, volgens mijn goed geïnformeerde bron, al lang geleden de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Ik dacht zelf dat de man allang de honderd was gepasseerd, maar hij schijnt pas vierenzeventig te zijn. Hoe dan ook: hij heeft recht op AOW. Ik weet dus niet beter of deze ouwe heer zou allang achter de geraniums zitten, bij het raam in zo’n grote relaxfauteuil. Krantje op schoot, genietend van een kopje cafeïnevrije koffie met een mariakoekje. Denkend aan tijden van weleer. Tijden waarin hij succesvol was met het schrijven van levensliedjes, voor jonge meisjes met een onschuldig uiterlijk en een glashelder stemmetje.

Herinnert u zich deze nog? “Zou het erg zijn, lieve opa?” Zijn duet met kindsterretje Wilma. De man was toentertijd 35 jaar, maar in mijn kinderogen al hoogbejaard. En wat dacht je van de tranentrekker: “Een kind zonder moeder”, van Mieke. Ook al zo’n succes. Maar lieve mensen, dat was in de zeventiger jaren! In de tijd dat de hoeren nog maagd waren! Toen we koe nog met een lange oe schreven! Lees verder...

4 februari 2010

Doei-doei mannen

De eerste die ik trof was een onvervalste nicht. Eentje die geslaagd was voor zowel de hoofd- als bijvakken. Met fladderende handjes had hij mij net de beste telefoon die hij had, verkocht. Nou ja, de beste… Voor mij dan toch. Maar goed, die beste telefoon die hij had, was nu dus de mijne. Tevreden liep ik richting uitgang. En toen, vanuit het niets, klonk plots een zangerig: “doei-doei!” Ik verstijfde ter plekke.

Doei-doei?! Welke zichzelf respecterende man zegt er nou doei-doei als afscheid? Dat klinkt toch ronduit belachelijk? Uit de mond van een vierjarig kind is het acceptabel en ook best aandoenlijk, maar bij een volwassen man?! No way!

Ik voel me echter een roepende in de woestijn, want de doei-doei-groet verspreidt zich als een hardnekkig virus waar geen inenting tegen bestaat, juist ook onder de heren. En deze afscheidsgroet is allang niet meer alleen voorbehouden aan de homoseksuele mannen. Ook de heteroseksuele man doei-doeit er lustig op los.

Ik denk er – na een grondig observatie – het mijne van. Mannen die doei-doei zeggen, zijn volgens mij het type man dat eeuwig aan de moederborst is blijven hangen… Van het afhankelijke soort, zeg maar. De doei-doei mannen zijn de amoebes onder hun soortgenoten. Het soort man dat een verwijzing naar een orthopeed nodig heeft, om zich een ruggengraat aan te laten meten. Ik heb maar weinig verbeeldingskracht nodig om me voor te stellen hoe zo’n doei-doei man tijdens een therapeutisch mannenweekend, zich emotioneel leeg laat lopen – in de veilige vertrouwdheid van zijn mannengroep. Na afloop – zo, lucht dát even op! - ondergaat hij dan gewillig – en een beetje trots op zichzelf over zoveel openheid - een groepshug. Helemaal zelf verdiend, omdat hij zo hard heeft gewerkt! Mammies grote jongen!

Het zou dan ook nooit iets kunnen worden tussen mij en een doei-doei-man. Ik ben meer van de mannen die van zichzelf al een ruggengraat hebben. Die gewoon ajuus, dag, houdoe of tot ziens roepen bij het weggaan. Het soort mannen dat elkaar bij wijze van begroeting een welgemeende, ferme klap op de schouder geeft. Mannen die van nature al in evenwicht zijn. Meer Yin – Yang dus, in plaats van doei-doei.

Nou heb ik laatst via een kennis van een kennis, een man ontmoet bij wie ik bovenstaande eigenschappen vermoedde. Van horenzeggen wist ik dat hij Italiaans bloed had. Een heuse Italian Stallion dus. Nou ben ik ben niet vies van een tikje macho op zijn tijd - mits goed gedoseerd - dus droomde ik in stilte weg... Afgelopen week liep ik hem onverwachts weer tegen het lijf. Mijn hart maakte een sprongetje. Hij kende me nog. Maar tot mijn grote schrik begroette hij me met een zangerig: ”hoi-hoi”. Daarmee bezorgde hij me bijna een hartstilstand en sloeg mijn hete Italiaanse droom radicaal om in een Hollandse desillusie… En bij mijn vinnige doei-doei dat kort daarna volgde, zat geen woord Spaans, kan ik je zeggen!

22 januari 2010

Victoria Beckham alias Miss Perfect

Victoria Beste Victoria,

Regelmatig zie ik jouw foto voorbij komen op het internet, in bladen en op tv. En altijd weer ben ik onder de indruk. Is het niet van je kapsel of van je perfecte make-up, dan wel van hetgeen je aan hebt. Jij ziet er altijd even verzorgd uit, Vic. Jij bent het toppunt van onkreukbare vrouwelijkheid. Zelfs wanneer ze je op een vliegveld fotograferen, met drie kinderen in je kielzog, kan ik geen spuugvlekje ontdekken op je dure satijnen blouse. Misschien lopen er wat nanny’s buiten het zicht van de camera en verklaart dat jouw onberispelijke verschijning. Dan hebben zij natuurlijk de plakhandjes, de snotneuzen en zure melkboertjes al voor jou geïncasseerd.


Eerlijk gezegd maak ik me een beetje zorgen om je. Want feit is, dat ik je nooit, maar dan ook nooit zie lachen. Ik heb ooit gelezen – maar dat was in een heel venijnig artikel over jou en je moet van me aannemen dat ik niet alle roddels geloof - dat lachen je neus onvoordelig uit zou laten komen. Dat hij dan te breed wordt naar jouw zin. Nou Vic, of dat nou waar is of niet, een betere reden om niet te lachen op een foto heb ik zelden gehoord. Lees verder

18 januari 2010

Droog surfen

Sgmcasjtce8caqy2up4catreo4gca6blfpa Ik surf graag. Over het World Wide Web, dan wel te verstaan. Want echt surfen, in het water en zo, is niet mijn ding. Sporten is sowieso niet mijn ding, trouwens. Dat doe ik puur en alleen omdat het moet en dan nog liever niet. Ik ben een meester in het plannen van afspraken op de donderdagavond. Waarbij ik dan net doe alsof ik niet door heb dat donderdag mijn vaste sportavond is. En wanneer ik dan zogenaamd tot de ontdekking kom, dat ik niet kan gaan sporten, voer ik een toneelstukje op waar Het Nationaal Toneel nog een puntje aan kan zuigen! Ik schrik, sla een hand voor mijn mond (erg hoog theatergehalte) en roep verschrikt uit: “Jeetje, nou kan ik wéér niet gaan sporten! “ Waarbij ik dan schuldbewust kijk. Of beteuterd. Of allebei. Ik weet niet precies wat voor een gezicht ik trek op dat moment, maar het moet zoiets zijn. Voor de vorm pak ik mijn agenda nog even om te kijken of de afspraak misschien verzet kan worden - zodat ik toch nog kan gaan sporten - maar dan kan natuurlijk nooit. Is overmacht.

Maar ik mag dus graag surfen. Lekker relaxed achter mijn laptop. Beentjes omhoog, want dat is goed voor de bloedsomloop. Die moet natuurlijk wel gewoon door blijven gaan tijdens mijn gesurf. En soms kom ik dan – puur ter lering ende vermaeck - op een forum, waar lezeressen hun problemen voorleggen aan elkaar. En daar smul ik van! Ik lees ze met de gulzigheid van Holle Bolle Gijs. Het niveau is meestal ver beneden NAP, evenals hun IQ. Want ook daar zullen de meeste inzenders geen hoogtevrees van krijgen…

Ik houd wel van andermans problemen. Zoals: “Mijn man is na tweeëntwintig jaar huwelijk niet meer verliefd op me, maar hij houdt nog wel van me. Wat moet ik doen?” Nou, wat dacht je van de flikflak gevolgd door een driedubbele salto achterwaarts? Mocht hij dan niet opnieuw geheel in katzwijm vallen, dan heb je in ieder geval je portie dagelijkse beweging weer gehad, in de wetenschap dat hij toch wel van je houdt.

Deze scoort trouwens ook altijd hoog in mijn persoonlijke top tien: “Mijn man kijkt af en toe op pornosites. Het maakt me zo onzeker.“ Stiekem denk ik dan als ik dat lees, dat het over dezelfde man gaat. Die van dat tweeëntwintig-jarige huwelijk. Want laten we nou wél zijn: na tweeëntwintig jaar huwelijk heb je alles wel zo’n beetje gezien en gedaan met elkaar. Van sexy lingerie, tot een vibrerend badeendje en het afwerken van de hele Kamasutra en terug. Ik word persoonlijk al moe bij de gedachte alleen al, maar ik ben dan ook niet van de hele lange relaties... Want tweeëntwintig jaar tegen dezelfde blote kont aankijken, is láng hoor! Zie daar nog maar eens warm van te worden! Vind je het gek dat zo’n man weleens iets anders wil zien, gewoon ter inspiratie? Daarnaast kampen mannen die zó oud zijn dat ze al tweeëntwintig jaar een relatie hebben, ook nog weleens met hun potentie. En aangezien hij – in tegenstelling tot haar - niet zijn hele hebben en houden op een forum kwijt wil, zoekt hij naar andere oplossingen. Hij surft.

En gaat daarna alsnog ‘sporten’.

10 januari 2010

Carpe Diem

Terwijl ik voor de derde keer deze week mijn vloer dweil, (het sneeuwt in Nederland) word ik overvallen door melancholische gedachten. Iets dat op zichzelf best opmerkelijk is, want het is een geestdodende gebeurtenis, dat huishouden. Maar ik denk dus na over het feit dat ik hier en nu, mijn kostbare tijd sta te verdoen en ik er ook niet bepaald jonger op word. Over het feit dat het leven eindig is en dat dit net mijn éne vrije dag is, deze week. En dat die vrije dag al bijna voorbij is voordat ik heb uitgeslapen, ontbeten, internet heb afgestruind en me heb gedoucht. Inclusief tijdrovende grote onderhoudsbeurt van huid en (overtollige) haren. Ik herinner me plots dat ik in een grijs verleden de spreuk ‘carpe diem’ best een waarheid als een koe vond, en er ook eigenlijk best naar wilde gaan leven, maar constateer - door de feiten ingehaald - dat het niet altijd meevalt in het leven als single mum, mét fulltime job en een hulp die maar ééns in de twee weken komt, want meer past niet bij mijn inkomen.

En met iedere vierkante meter schone vloer, verlies ik een klein stukje van mijn idealistische zelf. Oké, ik ben in een pre-menstruele depri-achtige mood, maar dat maakt het niet minder erg. Ik bekijk mijn trieste huishoudtafereel met helicopterview en zie mezelf staan in mijn kleine doorzonwoning, in een even kleurloze doorzonstraat met weinig groen (het is winter, het heeft gesneeuwd, dus dat kan best kloppen) en grauw, troosteloos weer. En dan hebben mijn gedachten nog maar een heel klein sprongetje nodig om uit te komen bij de prangende vraag: is dit alles? Een kind (twee zelfs), een huis, een auto en een baan?

En dan, terwijl er nog heel wat werk op me ligt te wachten, reikt mijn hand naar de telefoon waar het nummer van vriendin onder de sneltoets staat. Het is sterker dan mezelf. Ze neemt op en ze heeft tijd. Godzijdank! Ik ben gered van een dodelijk saai bestaan. Ik ben weer een vrouw van de wereld, (met een verwaarloosd huishouden) die op een gewone doordeweekse dag spontaan uit lunchen gaat.

Naar een Grand café, middenin de bossen, waar de geur van koffie hangt en een knapperend haardvuurtje brand. Waar de bediening je hartelijk begroet, waardoor je je welkom voelt. Waar ik vanaf mijn plekje bij het raam, zie hoe mensen met snowboots aan, kleumend van de kou, met rode wangen, binnen komen na een boswandeling in de sneeuw. Mensen die handenwrijvend de menukaart pakken en een warme chocomelk met slagroom bestellen. Ik draag zelf trouwens mijn nieuwe zwarte laarzen in plaats van mijn felroze snowboots (ik houd niet van wandelen) en de rode blos op mijn wangen is niet van de gezonde buitenlucht, maar van het lege glas wijn dat ik voor me heb staan. Wijn op dinsdagmiddag. Carpe diem! Mijn vriendin drinkt cola. Ze houdt niet van wijn en ze bobt. Ze is niet voor niets mijn vriendin.

En terwijl ik uren later rozig van de warmte en de wijn bij haar in de auto stap, weet ik dat ik er weer even tegen kan. Dat ik zo dadelijk met vereende kracht weer de zoveelste was draai, voor de tig-duizendste keer avondeten kook en wacht tot mijn doorzonwoning - die me plots veel minder saai voorkomt - gevuld wordt met geluiden van thuiskomende kinderen. En alsof het nooit anders is geweest, schiet ik in mijn rol als moeder alsof het een oude comfortabele jas betreft, en brul vanuit de keuken, richting gang: “Schoenen uit! Ik heb nét gedweild!”

22 december 2009

Brief aan Tiger Woods

Beste Tiger,

Wat kan het toch raar lopen in een mensenleven, hè? Een maand geleden was er nog geen vuiltje aan de lucht. Toen zag men je nog als een voorbeeldige huisvader en topsporter. Het volgende moment viel je genadeloos door de mand als seksverslaafde vreemdganger en stond de hele wereld op zijn kop. Vooral de jouwe. Zélden heb ik iemands imago met zo’n rotgang in elkaar zien donderen!


Tiger Woods: de onkreukbare golfmiljardair, die plots verre van onkreukbaar bleek te zijn.De één vind je stoer, de ander verafschuwt je, maar de conclusie is unaniem: je hebt er een potje van gemaakt! En wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten. Hoewel ik vrees dat jouw blaren zó groot zijn, dat zitten er voorlopig nog niet in zit. Maar één ding moet je me toch eens uitleggen, Tiger. Hoe heb je nou zó naïef kunnen zijn, om te denken dat je ongestraft een slag in de rondte kunt neuken, en dat het ook nog eens geheim zou blijven? Niets geleerd van Bill Clinton en David Beckham?

Lees verder

5 december 2009

Sekstapes

Geheim“Revenge is mine”, moet de diva gedacht hebben toen ze uit de school klapte over haar ex. Niets zo venijnig als een afgedankte vrouw... Dat bleek maar weer toen Patricia Paay ‘gezellig’ keuvelend bij Jensen op de sofa zat. “He once ordered a chick with a dick.” vertelde La Paay doodleuk en schaterlachend vervolgde ze: “Ow, he sure is gonna kill me now!” En terecht, dacht ik verontwaardigd. Wat een rotstreek!


Dat exen nogal eens uit de school klappen over intieme details uit de relatie, is tegenwoordig schering en inslag. Ook nu weer probeert Ojani Noa, de ex-man van Jennifer Lopez, een videoband naar buiten te brengen met daarop intieme beelden uit de tijd dat zij nog getrouwd waren. Gelukkig is hem dat voorlopig verboden door de rechtbank. Driewerf hoera voor J-Lo! Paris Hilton kan hier ook over mee praten. Ook zij heeft met lede ogen moeten toezien hoe de seksopnames van haar en Rick Solomon wereldkundig werden gemaakt. Dit keer was echter niet haar ex-vriend de boosdoener, maar zijn voormalige kamergenoot, die 50.000 dollar ving door de tape te verkopen aan een pornoboer. En wat te denken van Pamela Anderson, Collin Ferral en keeper Stefan Postma? De hele wereld is getuige geweest van het feit dat zij genaaid werden door hun ex-partners. Letterlijk en figuurlijk. Lees verder

22 november 2009

Paparazzi

Fotograaf_2 Als ik heel beroemd zou zijn – zeg maar net zo beroemd als Brad Pitt, Beyoncé of Hugh Grant – dan zou ik werkelijk gestóórd worden van die eeuwige paparazzi om me heen. Altijd en overal opdringerige persmuskieten, waar je ook gaat of staat. Overal flitsers van fotocamera’s. Iedere bad hairday of modeflater wordt genadeloos vastgelegd en iedere misstap of spontane uitspatting zie je uitvergroot in de roddelbladen terug. Inclusief duimzuigerij. Het idee dat je geen stap meer kan zetten zonder dat het opgemerkt wordt, lijkt me erg verstikkend.

Het gebeurt regelmatig dat sterren – letterlijk – een pijnlijke aanvaring hebben met opdringerige journalisten. Madonna heeft ooit haar ribben gebroken, toen ze van haar paard viel omdat het beest schrok van een journalist die plots uit de bosjes tevoorschijn kwam. En Brad Pitt maakte recentelijk nog een schuiver met zijn motor, omdat hij moest uitwijken voor de pers. Ook Nicole Richie kon zich vorige maand nog in het ziekenhuis laten behandelen, na een botsing met een persauto.

Niet alle celebs en hun bodyguards reageren helemaal ‘zen’ op hun belagers. Neem hittepetit Naomi Campbell: berucht vanwege haar temperament en haar loszittende handjes. Lees verder...

22 oktober 2009

Seks met een jonge God

God_2Madonna – zelf eenenvijftig - doet ‘het’ met Jesus van tweeëntwintig. Demi Moore   houdt het al enkele jaren uit met de sexy, vijftien jaar jongere, Ashton Kutcher. Ook Tanja Jess zei vorig jaar gretig “ja” tegen haar echtgenoot Charlie Luske, die nog in de wieg lag toen Tanja de puberteit al naderde. En onlangs brak de zestigjarige Patricia Paay alle records op dit gebied, toen ze bekende het bed gedeeld te hebben met een vijfentwintigjarig fotomodel!

Nou moet ik toegeven dat de eerder genoemde dames allemaal bijzonder goed geconserveerd zijn. Ze werken zich vast dagelijks in het zweet voor om de drie B’s strak te houden. Daarnaast volgen ze natuurlijk het laatste nieuwe dieet en van het onderhoud aan menig dame, rijdt de plaatselijke plastische chirurg, in de nieuwste Ferrari.

Ik moet eerlijk zeggen dat het natuurlijk ook best aanlokkelijk is, zo’n jong exemplaar naast je. Ook mijn gedachten dwalen weleens af bij het zien van zo’n knapperig blaadje. Lees verder

18 oktober 2009

Hollywood roomser dan de paus?

Bling2Tout Hollywood is momenteel in rehab, zo lijkt het. Rehab is namelijk hot! De AA (Anonieme Alcoholisten) gaan gebukt onder de massale belangstelling van de sterren. Iedereen die ook maar een beetje verslaafd is of dénkt het te kunnen worden, meldt zich aan om in groepsverband te navelstaren en over personal issues te praten. Maar de AA heeft meer te bieden dan het aanzetten tot nuchterheid en een luisterend oor. Het is namelijk ook ‘the place to be’ om te netwerken, want sterren en regisseurs komen elkaar daar nogal eens tegen. lees verder

16 oktober 2009

Lesje in loslaten

BoeddahZittend aan de kleine eethoek in mijn vakantieappartement - glaasje wijn binnen handbereik - check ik eindelijk eens mijn mail. Ik heb me de afgelopen dagen ondergedompeld in zon, zee en cultuur en mijn behoefte aan aardse zaken (zoals het checken van mijn mail) verdween hiermee naar de achtergrond. Maar plots is het daar weer. Na wat gepruts met laptop, kabel en stekker kan ik het internet op en ook mijn hotmail bekijken. De lijst met ongewenste post is indrukwekkend groot. Wat een troep krijgt een mens toch via de digitale snelweg, denk ik bij mezelf…


Vluchtig laat ik mijn ogen over de afzenders gaan en zoals verwacht ken ik er daar geen één van.

Mijn reisgenoot vraagt iets aan me en afgeleid als ik ben, selecteer ik met één klik op de muis alle ongewenste berichten. Net wanneer ik ook daadwerkelijk op verwijderen klik, zie ik hoe er tussen de verdwijnende bulkmail een mailtje zit met de woorden ‘freelance opdracht’.

Freelance opdracht…? FREELANCE OPDRACHT?!!!


Ho, stóp! In blinde paniek wil ik mijn laatste handeling ongedaan maken om dat bewuste mailtje te kunnen bekijken. Maar de berichten verdwijnen als sneeuw voor de zon en laten een akelig lege pagina achter. Ontzet staar ik naar mijn scherm. Ik kan niet geloven dat er geen weg terug meer is! Tegen beter weten in kijk ik nog bij de map ‘verwijderd’ maar ook daar is het akelig leeg… “Nee” zegt mijn reisgezel, wanneer ik hem vraag of mijn ongewenste mail nog terug te halen is, “die is echt weg.” Beduusd kijk ik hem aan.


In de dagen die volgen laat het gegeven me maar niet los. Op mijn ligbedje aan het zwembad, in de Griekse taverna en bij de eeuwenoude Minoïsche opgravingen flitst het af en toe ineens door mijn hoofd: wie zou mij benaderd hebben? En wat zou de opdracht zijn geweest? Zouden ze me nóg een keer benaderen wanneer ik niet op hun mail reageer? Of zouden ze gewoon concluderen dat ik geen interesse heb en niet eens de moeite heb genomen om hen te antwoorden?


Het antwoord blijft natuurlijk uit. Ik weet dat ik me er bij neer moet leggen. Dat gedane zaken geen keer nemen en dat het verspilde energie is om eraan te blijven denken. Ik kan gerust stellen dat de Boeddhist in mij nog steeds sterk onderontwikkeld is. Ik heb moeite met loslaten, dat is met dit voorval weer eens pijnlijk duidelijk geworden. En het ergste is: het brengt me echt nergens. Het maakt alleen maar dat ik me gefrustreerd voel over die ene seconde van onachtzaamheid en over een gemiste kans. “Als ze je echt willen hebben, dan mailen ze vast nog wel een keer,” zegt mijn reisgenoot troostend. Ik knik ja, maar heb moeite het ook echt te geloven. Uiteindelijk raakt het ongelukkige voorval wat meer naar de achtergrond en ontleen ik troost aan iets dat ze op de Fiji eilanden altijd zeggen bij tegenslag: May’be it’s for the better…

De tijd zal het leren.

1 oktober 2009

Is Carrie Bradshaw een hasbeen?

3959849980_fc9dab189f Lady Gaga is één. Jackie Kennedy was er één en Sarah Jessica Parker spéélde er een in de serie sex and the city, om het vervolgens ook in het echt te zijn. Een stijlicoon: voorbeeld en inspiratiebron voor miljoenen vrouwen wereldwijd, waar het mode betreft. Zijn de beroemde dames eenmaal gespot met een nieuwe look, een mooie tas of aparte schoenen? Grote kans dat er een trend ontstaat.

Fabrikanten knijpen hun handjes samen wanneer zo’n celebrity hun product draagt, hun medewerkers maken overuren en de verkoop stijgt tot ongekende hoogte. Zo heeft Carrie Bradshaw in de serie SATC een zwak voor Manolo Blahniks. Schoenen die voor de gemiddelde werknemer écht niet te betalen zijn. Maar Carrie eet nog liever een week droog brood dan dat ze ‘nee’ moeten zeggen tegen een fantastisch paar schoenen. Eén van haar uitspraken in de serie onderschrijft dat ook: I like my money right where I can see it: in mijn closet. Ook haar vriendinnen dragen met liefde en plezier die torenhoge stiletto’s. Liefdesverdriet? Een paar Manolo Blahniks verzacht de pijn. Een première of feestje, dan moet er gewinkeld worden. En bij een veelbelovende nieuwe jurk horen passende nieuwe schoenen, toch? Kwestie van overmacht.

Je zal de Spaanse ontwerper van deze goddelijke schoenen niet horen klagen.  Zijn kostje is gekocht. Zelfs nu Carrie op de ecotoer is gegaan. In deel twee van de film SATC, draagt Carrie namelijk ecopumps van het merk Swedish Hasbeens. Ik denk dat ze in Zweden spontaan een rondedansje hebben gemaakt, toen dat gebeurde, want wat Carrie draagt wordt gegarandeerd een trend! Zo zette Carrie ook de Cosmopolitan cocktail op de kaart en de supercomfortabele  Ugg Boots. Nou kan je Carrie een vuilniszak aantrekken en dan nog ziet ze er nog fashionable uit, maar eerlijk is eerlijk, de peep-toe-super-high-nature-eco-pumps staan Carrie echt geweldig!

Hasbeens is een jong Zweeds merk dat schoenen, tassen en riemen maakt op ecologische wijze. Hasbeens is geïnspireerd door een bepaalt soort vrouwen uit de jaren zeventig. Het zijn zelfbewuste, sterke vrouwen die hun eigen weg hebben gekozen. Zo is de nieuwe zomercollectie 2010 opgedragen aan Britt Ekland en Maud Adams, actrices die in 1974 ‘dressed to kill’ waren in een James Bond film. Maar, de collectie is ook aan alle andere Hasbeens opgedragen.

Een echte Hasbeen onderscheidt zich namelijk en laat zich niet in hokjes plaatsen. Ze is niet perfect gekleed, maar durft te experimenteren door speels te mixen met verschillende stijlen en culturen. Ze beleeft plezier aan haar creativiteit en ze houdt van kwaliteit. Een Hasbeen laat zich niet de wet voorschrijven op modegebied door grote merken of beroemdheden, maar doet lekker wat ze zélf wil!


In de serie begint en eindigt columniste Carrie altijd met een overpeinzing. Ik heb er dit keer ook één. Want… In hoeverre zijn we échte Hasbeens, wanneer we massaal Hasbeens gaan dragen?



16 september 2009

Wie treurt krijgt een beurt

Het is in showbizzland in, om na een relatiebreuk zo snel mogelijk te laten zien dat je ‘erg gelukkig’ bent met een spiksplinternieuwe vlam. Neem nou Yolanthe Cabau van Kasbergen. Koud weg bij Jan Smit, maar nu alweer tijden innig gelukkig met ‘haar’ Wesley. De intieme foto’s die heel Nederland moest zien van hun vakantie samen, spraken natuurlijk boekdelen. Nou maar hopen dat Jan Smit het begrijpend lezen goed onder de knie heeft. Hoewel hij daar vast niet veel tijd voor heeft, want ook Jan is alweer onder de Volendamse pannen.


Patricia Paay laat er ook geen gras over groeien om openlijk te flirten. Nauwelijks van de schok bekomen dat Adam het met een ander doet, is ze alweer volop aan het daten. Ze beweert dat haar telefoon roodgloeiend staat. Allemaal mannen met redderfantasieën, denk ik op mijn beurt… Natuurlijk streelt zoveel aandacht het geknakte ego van de diva. Je zal maar in de steek gelaten worden voor een veel jongere vrouw! Dat is pijnlijk. Maar nog altijd minder pijnlijk dan ingeruild worden voor iemand van je eigen leeftijd. Want dan kan je je pas écht achter de oren krabben en je afvragen wat die nieuwe vlam heeft, dat jij niet hebt.


Maar er zijn ook best uitzonderingen. Zo heeft Connie Breukhoven wél flink getreurd om de definitieve breuk met haar Hans. Maanden heeft ze zich - naar eigen zeggen - opgesloten in haar huis. Ze had er dagen bij dat ze het liefst van ellende onder haar dekbed was gekropen. Het feit dat ze gespot is – handen vasthoudend - met Bram Moszkowicz, heeft volgens haar niets te betekenen en was puur vriendschappelijk. In plaats van een nieuwe lover, heeft Connie zichzelf nog wél een botoxje of wat cadeau gedaan – denk ik - om alle verdrietige sporen uit te wissen. Ze staat immers zo strak als een spanlaken en persoonlijk vind ik haar steeds meer gelijkenis met Katrien Duck gaan vertonen.


Iemand die de kunst van het treuren ook prima verstond, is Jennifer Aniston. Als een stervende zwaan fladderde ze wanhopig in showbizzland rond, nadat Brad Pitt haar had ingewisseld voor een spannender exemplaar. Maar inmiddels heeft ze haar geluk gevonden bij een andere Brad. Een Brad die toevallig net is gescheiden van een Jennifer. Altijd handig, een lover met dezelfde naam als je ex, zo voorkom je tenminste pijnlijke vergissingen.


Onze nationale knuffelmarokkaan Najib Amhali, heeft na vijf jaar huwelijk trouwens ook zijn trouwring aan de wilgen gehangen. Die beslissing gaat hem wel veel geld kosten, omdat hij – noem het naïef -in gemeenschap van goederen is getrouwd. Nou hoeven we op zich geen medelijden te hebben met Najib, want die is niet bepaald onbemiddeld. Maar toch denk ik stiekem dat hij heel verdrietig is op het moment. En dat snap ik best. Het is ook niet zomaar wat om een vrouw én miljoenen euro’s te verliezen. Tot nu toe heb ik trouwens nog niets vernomen over een nieuwe liefde voor Najib en dat is gezien de nieuwe tendens opmerkelijk. Want tegenwoordig is het credo in medialand: wie treurt krijgt een beurt. Dus lieve Najib, bel je me even? Dan treuren we hartstochtelijk samen. Schijnt véél fijner te zijn.


7 september 2009

Een memorabel moment

Champagnekurk De één legt op zijn zolderkamer een complete modelspoorbaan aan, inclusief minitreintjes, tunnels en bergen. De ander verdiept zich in WOII en verzamelt daarvan alles wat los en vast zit. Weer anderen werken zich urenlang in het zweet in een sportschool of lopen marathons. Ieder zijn meug. Maar ik heb een hobby die vooral samenhangt met goed eten en drinken. Ik houd van lekker eten en ik houd erg van wijnen. Neem me mee naar de plaatselijke slijter en je hebt geen kind aan me. Ik waan me in Luilekkerland! Het is dat ik geen wijnkelder heb en een portemonnee die niet past bij mijn liefde voor goede wijn, anders kocht ik me suf!

Nou heb ik in een grijs verleden ooit drie jaar achtereen een wijncursus gevolgd. En ik was altijd in de veronderstelling, dat wanneer iets je interesseert, je het ook makkelijker kan onthouden. Niet dus... Ik ben de trieste bezitter van een selectief geheugen. Inmiddels is veel kennis van toen alweer diep weggezakt in de duistere spelonken van mijn onwillige brein. En dat is nou jammer. Aan de andere kant verplicht het me om me steeds opnieuw in dit onuitputtelijke onderwerp te blijven verdiepen, en dat is weer erg leuk. En voordat iemand hem inkopt, zeg ik het zelf maar vast: nee, er bestaat géén verband tussen mijn selectieve geheugen en mijn wijninname. Er zijn namelijk dingen die ik wél moeiteloos onthoud. Nutteloze, overtollige ballast die wat mij betreft meteen gedeletet had mogen worden, maar voor eeuwig verankerd zit in mijn grijze cellen: koning, keizer, admiraal, Popla kennen we allemaal...

Ik drink dus regelmatig wijn. Ik bedoel, iedere hobby verdient de nodige aandacht. En met wijn gaat dat bijna vanzelf. Feestje of receptie: doe mij maar een wijntje. Dineetje gehad dat rijkelijk besprenkeld was met goede wijnen? Dan is het de dag daarna heel gewoon om dat kladje van gisteren nog even soldaat te maken. Met een vriendin bijkletsen op een zonnig terras is nóg leuker met een sprankelend glaasje prosecco in de hand. Het is dat ik bijna altijd mijn eigen Bob ben, dat weerhoud me van al te gezellig doorzakken. Om mijn alcoholconsumptie te beperken, heb ik mezelf lang geleden al een limiet opgelegd. Leek me verstandig. Ik bedoel, een hobby is mooi maar het moet geen gevaar voor mijn gezondheid opleveren.

Maar jaren geleden kreeg ik er plots nog een hobby bij. Eentje die een creatieve geest, fantasie en kennis vereist. Eentje waarbij mijn grijze cellen fors aan het werk gezet worden. Iets dat me keer op keer uitdaagt en waar ik regelmatig research voor moet doen. Een bezigheid die me dwingt mijn gedachten te ordenen en deze goed over te brengen en waarbij ik ook nog onder druk moet presteren, want er is altijd een deadline.

Honderd ideeën heb ik inmiddels vorm en inhoud gegeven. Veertig- tot zestigduizend woorden heb ik getypt - met slechts één vinger - om mijn punt te maken. Als ik de uren tel die daarin zitten, kom ik uit op ruim zeven werkweken, fulltime. Als ik mijn research en het nadenken over een onderwerp meetel, kom ik misschien wel op het dubbele uit. Vier jaar lang heb ik iedere twee weken een nieuwe column aangeleverd voor Vrouw.nl. En vandaag ben ik de magische grens van 100 columns gepasseerd!
En dat is - zélfs voor mij - een memorabel moment. En zo'n feestelijke gebeurtenis schreeuwt natuurlijk om een feestelijk drankje. Laat de champagnekurk maar knallen! Cheers!

3 september 2009

Zwaargewicht in modeland

Img_0628 Jarenlang werd ik tijdens het shoppen bruut naar het verdomhoekje van een grote winkel gedirigeerd, waar dan een kleine collectie met oubollige grote maten mode te vinden was. Kleding die haast wel bedacht moest zijn door dikke-vrouwen-haters. Ik stelde me ontwerpers voor die met samengeperste lippen, hoofdschuddend over zoveel gebrek aan zelfdiscipline een volgende vormeloze hobbezak op papier zetten. Mannen of vrouwen die werkelijk geen flauw benul leken te hebben wat de modebewuste vrouw met een maatje meer graag zou willen dragen.


Alles leek gemaakt met de opzet om te verhullen, en de dikke vrouw tot seksloos wezen te bombarderen. De enige spanning die er in die grote maten hoek Überhaupt te vinden was, creëerde je zelf door per ongeluk een te klein maatje mee te nemen naar het felverlichte, vaak te krappe kleedhokje.


Gelukkig is er door de jaren heen, veel veranderd op dit gebied. De tijd dat ultraslanke verkoopster me nakeken met een mengeling van afschuw en medelijden, wanneer ik informeerde of zij misschien ook een grote maten collectie in de winkel hadden, ligt gelukkig ver achter me. De modebranche is met de welvaartsziekte die overgewicht heet, duidelijk meegegroeid.


Eindelijk worden we gezien als echte vrouwen, met heuse wensen op modegebied. Ook wij kunnen jong, hip en trendy gekleed gaan als we dat willen. Veel te lang zijn we het ondergeschoven kindje in modeland geweest! En we vormen met z’n allen een steeds grotere groep van zwaargewichten. Daar valt een dik belegde boterham (met slanke 30+ kaas erop natuurlijk) aan te verdienen!


Ik shop graag in speciale boetiekjes. De verkoopsters die daar werken, zijn meestal ook dames zijn met een dikke kont, volle heupen en dito borsten. En het is heerlijk om nu eens in een winkel te komen waar het kleinste maatje in het rek jóuw maat is. Een verademing om in winkels te shoppen waar bh’s met dubbel D, eerder regel zijn dan uitzondering. Winkels waar ik inspiratie opdoe, omdat de verkoopster het levende bewijs is, dat verhullen echt niet altijd nodig is. “Laat zien wat je hebt, ben trots op je vrouwelijke vormen,” roept één van ‘mijn’ vaste verkoopsters altijd luid, wanneer ik weer eens zit te zeiken over mijn te dikke derrière. En weet je, ze heeft gewoon gelijk!


Maar zelfs al is de mode voor Rubensvrouwen veel bereikbaar en hipper geworden, het kost nogal wat om er leuk uit te zien. Gerenommeerde merken als Samm, Yoek, en X-Two zijn niet bepaald goedkoop… En in de meeste gevallen is de portemonnee dunner dan de eigenaresse daarvan, dus wie niet rijk is moet slim zijn. Het is puur een kwestie van goed zoeken en af en toe een mazzeltje scoren.


Ik voel me soms net een matchmaker, want ik zorg regelmatig voor een veelbelovende samensmelting op het gebied van merken. Zo heb ik een gelukkig huwelijk gearrangeerd tussen Samm en die stoere Zeeman. En ook Yoek wilde best wel eens een kansje wagen met de Dyann Beekman collectie van C&A. En soms - in een heel gewaagde bui - stuur ik zelfs aan op partnerruil. En wat blijkt? Plotseling ontstaat er dan een heel bijzondere chemie tussen Samm en Dyanne. En als dát gebeurt…. dan bén ik toch een hippe dikke dame!

24 augustus 2009

De échte man

Mannen met baarden. Ik heb ze nooit leuk gevonden. Waarom zou je je gezicht verbergen achter zo'n bos haar? Natuurlijk, in het geval van een hazenlip ben ik geneigd er wat milder over te denken, maar dan nóg kijk ik liever tegen die hazenlip aan dan tegen zo'n woeste baard. Mannen met een baard stel ik me in gedachten altijd voor - ik kan het niet helpen - met een rood puntmutsje op en een hengeltje in de hand. Versteend bij een vijver. In een kitscherige tuin waarin ook zo'n 'gezellig' Hollands molentje draait.


Ooit gezoend met een tuinkabouter? Ik wel. Eenmalig. In een overmoedige bui. Het prikt ontzettend, kan ik je zeggen. In een mum van tijd moest de tuinkabouter in kwestie uitwijken naar andere plaatsen waar hij zijn mond neer kon zetten, omdat mijn kin inmiddels open lag van het grove schuurpapier dat baard heet. Maar dat uitwijken was ook geen succes. Dat was dus eens, maar nooit weer. Mijn hart gaat dus echt niet sneller kloppen van zo'n behaarde oerman. Logisch toch? We hebben ons per slot van rekening niet voor niets geëvolueerd.

Toch blijkt het dragen van een baard of snor weer helemaal hip te zijn! Deze trend is afgelopen jaar ingezet door Hollywoodsterren, als speels protest tegen de recessie en de toenemende werkeloosheid. Met de gedachte, dat als je niet meer dagelijks gladgeschoren op je werk hoeft te verschijnen, je je net zo goed niet kunt scheren. Maar niet alleen de recessie is de oorzaak van de bebaarde man. Feit is dat de gevoelige (metro)man in rap tempo baan moet maken voor een type man dat we jaren geleden al ooit hadden en toen hoognodig kwijt moesten. Nu weer onder het stof vandaan gehaald en opnieuw in ere hersteld: de échte man. Zo'n man die bier drinkt, van voetbal houdt en motor rijdt. En wat benadrukt zijn mannelijkheid nou meer dan een snor of baard, waarmee hij zich ook nog eens nadrukkelijk onderscheidt van een vrouw?

Een combinatie van twee archetypen man lijkt de nieuwe modern gentleman te zijn. Deze man is stijlvol, charmant, hoffelijk en verzorgd. Een man die zelfvertrouwen combineert met een krachtige uitstraling en verfijnde smaak. Type James Bond dus. Voor alle duidelijkheid: na de metroman, de über- en de retroseksueel zijn er dus wéér twee nieuwe typen man van stal gehaald. Om moe van te worden!

Freud vroeg het zich jaren geleden al vertwijfeld af: was will das WeiB? Daar is vast geen makkelijk antwoord op te geven, anders had hij het wel bedacht en wisselden wij vrouwen niet zo vaak van voorkeur. Ik op mijn beurt, vraag me af of onze mánnen eigenlijk nog wel weten wat wij willen? Ik zou als man zijnde namelijk allang het spoor bijster zijn.

Eigenlijk vind ik het te gek voor woorden dat we steeds opnieuw bepalen aan welk beeld onze mannen moeten voldoen! Andersom zou dat namelijk absoluut ondenkbaar zijn. Hemel en aarde zouden vergaan in de woeste razernij die dát teweeg zou brengen. We zouden om het hardst roepen dat we onderdrukt of enkel nog als seksobject gezien worden. En dat we zélf wel uitmaken hoe wij ons wensen te gedragen en wat we aan (of uit) trekken. Het is dus eigenlijk heel hypocriet wat wij vrouwen doen...

En daar krijg ik zo langzaamaan een behoorlijke sik van!

16 augustus 2009

Hoge hakken, echte liefde

Hoge_hak

Ik ben jaloers. En niet zo’n beetje ook. Stikjaloers ben ik op alle vrouwen die op hoge hakken kunnen lopen. En ik ben nóg jaloerser wanneer ze dat dan ook nog doen alsof ze de meest comfortabele schoenen aan hebben die ze vinden konden. Ik kijk ze ademloos na wanneer ze moeiteloos manoeuvreren over kinderkopjes in de binnenstad. Het feit alleen al dat ze een dag kunnen shóppen op die hoge hakken, gaat mijn voorstellingsvermogen te boven! Ik waggel zelf namelijk als een eend wanneer ik hakken draag. Katrien Duck is er niets bij! Maar ik ontkom – net als iedere vrouwelijke vrouw - niet aan gelegenheden waarbij het dragen van een hakje toch wel een must is.


Ik heb door de jaren heen geleerd om niet naar de grond te kijken wanneer ik op hakken loop. Tegenwoordig recht ik mijn rug, steek mijn borsten parmantig vooruit en kijk zelfverzekerd voor me, met mijn blik op het oneindige gericht. Ondertussen houd ik in stilte een peptalk voor mezelf. “Kom op Vos, jij kan dit ook. En je weet het: je bent sexy as hell met die hoge hakken!” Vervolgens zet ik vol vertrouwen mijn eerste stappen en anticipeer ik tijdig wanneer er obstakels op mijn weg liggen. Vol souplesse – mijn zelfbeeld is soms niet helemaal reëel, ik weet het  - beweeg ik daar dan fijntjes omheen.


Maar een enkele keer word ik onaangenaam verrast. Zo ben ik niet berekend op spekgladde vloeren in restaurants. En na een borrel of twee, drie al helemáál niet meer! Eenmaal bijna onderuit gegaan, verandert mijn loopgedrag dramatisch. Het wordt dan meer een kwestie van onzeker geschuifel. Ik zoek houvast aan alles wat ik onderweg tegenkom, tot ik eindelijk, gelukzalig weer plaats neem aan tafel. Waar ik mijn knellende martelwerktuigjes liefdevol uitschop.


Tegenwoordig oefen ik echter zelden meer. Het lot heeft anders beslist voor mij. Pijnklachten aan mijn voeten zorgden ervoor dat ik zooltjes moest gaan dragen. Zóóltjes! Dat klinkt precies zo oubollig als het voelt. In één klap werd ik veroordeeld tot verantwoorde, stevige schoenen met steun op strategische plaatsen. Merknamen als Mephisto en Ecco kwamen in mijn nachtmerries steevast voorbij. Net als veterschoenen. Bruine.


Niks frivool, ondeugend open hakje. Wég moest de open zomerschoen, waar prachtig gelakte teennagels altijd de aandacht trokken. Vergéten moest ik de hooggehakte pumps die mijn benen veel mooier uit lieten komen en wonderen deden voor mijn houding. En ook al liep ik dan meestal als een eend, hakschoenen staan me écht heel goed! Maar dat is nu dus allemaal voltooid verleden tijd.


Het is goed zoeken, maar soms vind je als zooltjesdrager iets dat flatteus en vrouwelijk is én geschikt is om een zooltje in te proppen. Steeds vaker worden er namelijk schoenen gemaakt waar een inlegzool in zit, die je kunt vervangen door je eigen persoonlijke, op maat gemaakte zooltje. En dat is goed nieuws voor de tot zooltjes veroordeelde schoenenliefhebbers onder ons.


Maar toch... Wanneer ik in de stad langs die mooie etalages loop en al die prachtige hooggehakte schoenen zie die buiten mijn bereik vallen, dan gaat er een steek door mijn hart. “Nooit meer…”, galmt het in mijn hoofd. Zelfs de platter dan platte, übercomfortabele Birkenstockslipper die deze zomer helemaal hot is, is niet voor mij weggelegd. En dat doet zeer...  Zeerder nog dan mijn voeten doen.

10 augustus 2009

Hulp bij huizencrisis

Het is kommer en kwel op de huizenmarkt. Makelaars gaan massaal aan de antidepressiva of verdrinken hun ellende met liters alcohol. Lotgenootcontacten bloeien op als nooit tevoren en Anonieme Makelaarsbijeenkomsten worden veelvuldig bezocht. Het vinden van een clubhuis is geen enkel probleem, want leegstand genoeg. Ieder nadeel heeft zijn voordeel, zo blijkt wel weer. Regelmatig komen de bijna failliete makelaars bijeen om hun droeve lot met elkaar te bespreken en uit te huilen in elkaars bijzijn. Bemoedigende woorden worden uitgesproken en schouderklopjes broederlijk uitgedeeld.


Alleen bij de Katholieke makelaars gaat het zo slecht nog niet. Zij zetten namelijk hun geheime wapen in: de beschermheilige. In dit geval de Heilige Jozef, beschermheilige van hopeloze zaken en woningnood. Het beeldje wordt bij het onverkoopbare huis begraven en binnen enkele weken blijkt het onmogelijke mogelijk en prijkt er een bordje 'verkocht' in de tuin. Voilà! Wat het Katholieke geloof al niet teweeg brengt! Nou moet ik zeggen dat het Katholieke geloof voor elke netelige situatie wel een geschikte Heilige heeft. En dat is een geruststellend idee. Het leven is al zwaar genoeg, dus een beetje hulp van bovenaf is van harte welkom! Neem nou de Heilige Antonius. Die kan je om hulp vragen wanneer je iets kwijt bent: Heilige Antonius, beste vriend, zorg dat ik mijn... vind. En verdomd, (dat is trouwens geen goed Katholiek woord) het wérkt!

Zo is het bij Katholieken ook heel gebruikelijk dat je een Heilige Christoffel krijgt, wanneer je je rijbewijs haalt. Hij is namelijk de beschermheilige van verkeersdeelnemers. Je hangt zijn afbeelding in je auto of draagt hem bij je en dat helpt echt! Ik heb in ieder geval nog nooit gehoord dat er in een autowrak een Heilige Christoffel is aangetroffen. Dat is voldoende bewijs dat het werkt, lijkt me.

Maar goed, er blijven natuurlijk heel wat makelaars over die niet Katholiek zijn. En ik denk dat ze dan ook geen gebruik mogen maken van zo'n beschermheilige, maar dat weet ik niet zeker. Het is al lang geleden dat ik kerkelijk was en op de hoogte van alle Katholieke ge- en verboden. Dus voor die makelaars blijft het sappelen. Slecht enkelen lukt het om met een creatieve oplossing te komen. Zoals die Brabantse projectontwikkelaar die zijn nieuwbouwwoningen openstelt voor belangstellenden, om een weekendje te komen 'proefwonen'. Maar zo'n creatieve geest is niet iedereen gegeven.

Misschien moeten de minder bedeelde makelaars zich eens een poosje grondig gaan vervelen... Dat schijnt te helpen om het creatieve proces op gang te brengen en daar hebben ze nu toch volop tijd voor. Ook Einstein, Nietzsche en Goethe kregen hun beste ideeën nadat ze een tijdje hadden gelanterfanterd. En als zelfs dát het tij niet doet keren, dan moeten ze de Heilige Dyonisius toch maar aanroepen. Deze beschermheilige helpt namelijk bij alle nood. Dus ook bij de hoge nood van makelaars. Hoeven ze zich alleen maar even bij God's huis te melden en daar is tegenwoordig plaats genoeg. Wat zal God blij zijn! Want zelfs Hij heeft het vandaag de dag niet gemakkelijk. Zijn huizen kampen immers ook al jaren met leegstand.

28 juli 2009

Leven na de dood

Freek de Jonge is ervan overtuigd. Hij wel. Luidkeels zong hij jaren geleden al over een leven na de dood. Dat niet iedereen het met hem eens is, bleek afgelopen week toen ik me - in het kader van een cursus over rouw en verlies - moest bezighouden met deze vraag. "Dood is dood," sprak één cursiste gedecideerd. Dat was duidelijke taal. De overige cursisten verschilden van mening. Van een overtuigend "ja," tot een voorzichtig "misschien wel", tot het idee dat we na onze dood reïncarneren net zolang tot we voldoende geleerd hebben hier op aarde. Maar het blijft natuurlijk allemaal een kwestie van geloof. Er is namelijk nog nooit iemand teruggekeerd uit de dood, om ons het hele gebeuren eens even fijntjes uit te leggen.


Geloven dat dood niet zomaar het absolute einde is, zou een verdringing van angst zijn, beweren mensen die er verstand van hebben. Als troostrijke gedachte creëren we een soort 'hemel' voor onze nabestaanden en uiteindelijk natuurlijk ook voor onszelf. De gedachte dat we onze dierbaren na hun dood nooit meer zouden 'zien' is gewoonweg ondraaglijk. Voor anderen is het juist weer een onverteerbaar idee dat ons leven geen 'hoger' doel zou dienen. Want dan zou al het verdriet en het lijden dat we doormaken, volstrekt nutteloos zijn. En dat is een pijnlijke gedachte. Dat zou dus betekenen dat het enige wat we doen als we dood gaan, is het estafettestokje van het leven doorgeven aan de volgende generatie. En dat al miljoenen jaren lang.

De enige zekerheid die we hebben in het leven, is dat we allemaal een keer doodgaan. Hoe en wanneer blijft alleen de vraag. Maar sommige mensen maken in een levensbedreigende situatie een bijna-dood ervaring mee. Zij lijken tijdens deze ervaring een glimp op te vangen van datgene wat er na onze dood gebeurt. Degene die dit meegemaakt hebben, beschrijven afzonderlijk van elkaar allemaal zo'n beetje hetzelfde. Ze spreken over een tunnel en een helder wit licht. Ze ervaren een overweldigend gevoel van liefde en harmonie en zien dierbare overledenen die hen verwelkomen. Vaak ervaren ze hun 'terugkeer' naar het aardse leven als bruusk en zwaar en kost het ze jaren om deze gebeurtenis een plekje te geven.

Deze bijna-dood ervaringen zijn echter omstreden. Wetenschappers verklaren het vaak als gevolg van medicijngebruik, doodsangst en hallucinaties of zuurstoftekort, tijdens een levensbedreigende situatie. Echter, uit een groot onderzoek door Pim van Lommel (cardioloog), naar bijna-dood ervaringen, blijkt dat er een bewustzijnservaring optreedt pas nádat de hersenen zichtbaar en meetbaar zijn uitgevallen. Nou, ik vind het persoonlijk wel iets om naar uit te kijken. Als onze eindbestemming zó fantastisch is, dan hoeven we ons in ieder geval geen zorgen meer te maken om onze dood. Toch?

Uiteindelijk is het ook maar goed ook dat de dood bestaat, in het kader van de overbevolking. Daarnaast voel ik eigenlijk ook niets voor een eeuwig aards leven. Een jaartje of tachtig in goede gezondheid op deze aardkloot rondlopen, is voor mij echt ruim voldoende. Daarna geef ik het estafettestokje graag weer over aan de volgende generatie, om me zelf onder te dompelen in dat warme bad van liefde en harmonie en een feestelijk reünietje te houden met al mijn overleden dierbaren!

14 juli 2009

Ain't no mountain high enough?

Hijgend sta ik bovenop de berg. Voorover gebogen, happend naar lucht. Mijn hart gaat als een razende tekeer. Mijn hoofd is vuurrood en mijn kuiten bevinden zich in een verregaand stadium van verzuring en ik kan je vertellen: dat doet zeer. Ik sta niet alleen voorover gebogen omdat dat nou eenmaal makkelijk hangt, maar ook om de lage rugpijn die alsmaar erger werd tijdens mijn moeizame klim, tegenwicht te bieden. Maar ondanks alle pijn, overwint één gevoel en dat is blijdschap.

Uitkijkend over het dal maakt een euforisch gevoel van overwinning zich meester van me. Hier heb ik het allemaal voor gedaan! Hier heb ik me voor in het zweet gewerkt bij 32 graden Celsius. De genadeloze Griekse middagzon verschroeit het asfalt bijna. Het zweet gutst van mijn voorhoofd en mijn T-shirt plakt aan mijn lijf. Terwijl ik uitkijk over het dorp dat beneden mij ligt, voel ik me plots op een vreemde manier innig verbonden met een Lance Armstrong of een Inge de Bruijn. Zij weten wat het is om af te zien. Zij weten hoe het voelt om door je pijngrens heen te gaan, op weg naar de top. Zij weten hoeveel het kost om door te zetten. Hoeveel discipline en moed daarvoor nodig is, steeds weer opnieuw.

Later die dag neem ik een verkoelende duik in het zwembad. Dat heb ik wel verdiend! Het frisse water streelt mijn huid, terwijl ik loom op mijn rug draai en probeer te blijven drijven. Het water maakt me gewichtloos en dat is een heerlijk gevoel. Ik sluit mijn ogen tegen het felle zonlicht en zie een regenboog aan kleuren aan de binnenkant van mijn ogen. Ik luister naar de geluiden om me heen. Niet dat er veel te horen is… Geluiden uit het dal verstommen immers al voordat ze de top bereiken. Hierboven is vooral het drukke getjirp van krekels te horen. Heel in de verte rijdt er een motor voorbij. Het gebrom ebt weg en maakt plaatst voor andere geluiden. Zacht getinkel van glazen, een vrouw die lacht. Ergens blaft een hond, zonder veel overtuiging trouwens. Hij heeft het vast ook heet, bedenk ik terwijl ik mij afdroog. En op mijn comfortabele ligbedje onder de grote parasol, concludeer ik tevreden dat het leven zo slecht nog niet is.

Ik ben een liefhebber van het leven. Ik leef het dan ook vol overtuiging. Tegelijkertijd realiseer ik me dat – wanneer ik nog veel langer wil genieten van dat heerlijke leven – ik mijn levensstijl drastisch zal moeten aanpassen. Ik kan niet op deze manier doorgaan. Ik ben veel te zwaar en pleeg dus roofbouw op mijn gezondheid. Mijn lijf laat me dat na vierenveertig jaar op een niet mis te verstane wijze weten! Schaamtevol realiseerde ik me vanmiddag dat ik het lijf van een bejaarde heb. Niet qua uiterlijk, maar qua conditie en kwaaltjes. Daar, bovenop die berg – die in werkelijkheid maar een klein heuveltje is op weg naar mijn hotel – kon ik het niet langer ontkennen: ik moet afvallen en mijn conditie moet verbeteren. Wil ik tenminste volgend jaar niet gedoemd zijn om met 'de Zonnebloem' mee op vakantie te moeten…

8 juli 2009

Het meest geile kledingstuk allertijden?

Ik heb wel een beetje een zwak voor Filemon Wesselink, de BNN-presentator die het altijd meer van zijn kwaliteiten moet hebben, dan van zijn looks. Filemon lijkt me dan ook niet heel modebewust. Ik stel me zo voor dat hij op maandagochtend slaapdronken in de stapel naast zijn bed graait en het liefst aan zou trekken wat hij daar de vorige avond op de grond heeft gedropt. Een lekker oud t-shirt en een dito spijkerbroek bijvoorbeeld.


Maar er zit natuurlijk een verschil tussen ‘niet modebewust zijn’ en ‘geen smaak hebben’. Filemon is wat mij betreft genadeloos door de mand gevallen toen hij in Viva een hele column wijdde aan wat hij de meest geile uitvinding voor vrouwen vindt op modegebied. Namelijk: de legging… Het meest onappetijtelijke, niets -verhullende kledingstuk allertijden, als je het mij vraagt! De broekrok was erg, maar een legging is toch echt de overtreffende trap van wansmaak…


Filemon denkt daar echter heel anders over. Hij beweert met droge ogen dat een legging het aanwezige vrouwelijke vet mooi bijeenhoudt en iedere oneffenheid van de huid verhult. Ik zeg op mijn beurt, dat iedere bobbel of oneffenheid die zelfs maar op cellulitis lijkt, genadeloos aftekent in zo’n legging. Zéker in een witte. Eenmaal op dreef, pleit onze BNN’er ook nog eens voor korte truitjes óp en hoge hakken ónder een legging, zodat dát deel van het vrouwelijke lichaam waar hij dol op is – de kont – het beste uitkomt. Nou, dat die kont een blikvanger is, daar heeft hij een punt mee. Maar laat nou bij slechts 10% van de leggingdraagsters die kont strak, spannend en het nastaren waard zijn…. Bij de rest van de vrouwen is het toch écht beter om er een lang en wijd gewaad overheen te trekken om de boel wat te camoufleren. Kortom: een legging doet voor het gros van de vrouwen meer kwaad dan goed.


Dat laatste is goed te zien wanneer je een terrasje pikt in Den Bosch. Daar lopen veel te dikke vrouwen in nietsverhullende leggings rond, alsof ze God’s gift to man zijn. Als slagroom op de taart dragen ze een lekker strak t-shirt waarin alle vetrollen uitermate goed in te zien zijn. Bestaat er iets lelijkers? Uhhh, ja, het kan nóg erger. Filemon’s natte droom is namelijk een glímmende legging, gemaakt van een soort schaatspakstof. ‘Omdat het zo lekker glad is,’ verzucht hij dromerig.


Ik zag in Filemon altijd een ietwat verlegen, maar toch stoere durfal en dat vond ik een schattige combinatie. Dat beeld is nu ernstig verstoord. Vanwege alle leggings die het straatbeeld deze zomer domineren staat er tegenwoordig een kwijlende Filemon in permanente staat van opwinding op mijn netvlies gebrand. En het zou me niets verbazen als de nieuwsgierige reporter – zoals het een echte BNN-presentator betaamt - nóg een stapje verder gaat en zelf een keer in een legging gaat rondlopen. Onder het mom: try before you die.


Van mij mag het gauw winter worden. Dan kan Filemon ongegeneerd het ijs op in een lekker strak, glimmend schaatspak. Ik ben benieuwd of er dan ook kwijlende vrouwen gespot gaan worden…

Columns voor Fashion.blog

Monique Vos schrijft sinds 2005 columns voor onder andere webglossy Vrouw.nl. Als Brabantse levensgenieter en onverslaanbare optimist schrijft ze over typisch vrouwelijke worstelingen - en hoe je daar weer uit komt. Van katers tot goede voornemens en van naaktfoto’s tot de klaagcultuur, Monique schrijft er over met humor, relativeringsvermogen en zelfspot. Voor Fashion.blog.nl verdiept ze zich in de uitwassen, celebs en nieuwtjes in modeland.

Zo luidt de introductie bij mijn column op Fashion.blog. Met ingang van vandaag kan je daar voortaan maandelijks een column van mijn hand lezen.

15 juni 2009

Beren in Amsterdam

Afgelopen week moest ik voor een cursus een aantal dagen in Amsterdam zijn. Het openbaar vervoer is in het dagelijkse leven een 'ver van mijn bed show' maar nu kon ik er niet onderuit. Met de auto vanuit Brabant naar Amsterdam tijdens de spits, moet een mens niet willen. Om dan vervolgens aan het einde van een lange dag ook nog eens een enorm bedrag op te hoesten aan parkeergeld. Geen goed plan. Dus zat er niets anders op dan de bus, trein en tram te pakken.


Nu ben ik niet gewend om met de bus en de trein te reizen, maar hoe dat in zijn werk gaat kon ik me nog wel herinneren van een aantal jaren terug. Maar de tram, dát is een heel ander verhaal. De laatste keer dat ik in een tram heb gezeten was in de tijd van Ben Hur. En tot mijn eigen verbazing moest ik concluderen dat me dat wel wat onzeker maakte. Naarmate de cursusdatum naderde werd ik zelfs een tikje nerveus. Want stel dat ik op een verkeerde plek uit zou stappen? Om vervolgens te verdwalen en te laat te komen op de eerste cursusdag? En moet je eigenlijk een strippenkaart hebben in de tram of is dat uit de tijd? En wie stempelt zo'n strippenkaart dan af? Of is er ergens een automaat? En als dat zo is: waar hangt die dan en hoeveel strippen kost me zo'n ritje? Naarstig zocht ik naar antwoorden. Maar weet je dat er nérgens staat beschreven hoe het reizen met zo'n tram precies werkt?! En als provinciaaltje in de grote stad is dat bepaald niet fijn! Dus zag ik allerlei beren op de weg. Beren in Amsterdam.

Maar er was meer waar ik me zorgen om maakte. Hoe dichter de cursusdatum naderde, hoe meer ik me af ging vragen of ik het niveau eigenlijk wel aan zou kunnen. De cursus was immers bedoeld voor psychiaters, psychologen, SPV-ers en maatschappelijk werkers. De twijfel sloeg stevig toe. Prangende vragen knaagden aan mijn zelfvertrouwen. Zou ik niet genadeloos door de mand vallen met mijn matige kennis over de systeemtheorie? En wat als ik een rollenspel zou moeten spelen, zou ik me daar wel goed doorheen slaan? Misschien zou ik wel volledig in het niet vallen bij al die hoogopgeleide zwaargewichten...

Ik werd niet bepaald vrolijker van mijn eigen ondermijnende gedachten. Uiteindelijk sprak ik mezelf stevig toe en besloot dat ik niet meer kon doen dan mijn best. Ik had de toegezonden literatuur gelezen als voorbereiding en ook mijn huiswerk had ik braaf gedaan.
Dus wat was nou het ergste dat me zou kunnen gebeuren, vroeg ik mij hardop af.
Het antwoord was duidelijk:
"Blunderen in gezelschap."
"En wat dan nog?" vroeg ik, terwijl ik zo mijn eigen therapeut speelde.
"Nou, daar zou mijn zelfvertrouwen wel een gevoelige tik van krijgen," antwoordde ik braaf.
"Maar mag jij dan niet falen, ben jij soms perfect?" zeurde mijn innerlijke shrink door.
"Uh nee, natuurlijk maak ik ook fouten, net als iedereen," gaf ik bedremmeld toe.
"Vind je het soms ook belachelijk als anderen fouten maken?"
"Nee, natuurlijk niet! Fouten zijn om van te leren, toch? Iemand die zijn fouten niet onder ogen durft te zien, leert niets en belemmert zijn ontwikkeling als mens."
"Dus...?"
"Oké, point taken."
En op de eerste cursusdag ben ik inderdaad op de verkeerde plaats uitgestapt. Maar binnen tien minuten had ik de goede tram alweer te pakken! En die cursus rouw en verlies? Die is geweldig! Vrijdag mag ik weer. En dan reis ik zelfverzekerd naar Amsterdam, waar inmiddels geen beer meer te bekennen valt!

1 juni 2009

Nederland op zijn (s)malst

Vergeten was het drama van Koninginnedag, vergeten was ook de wereldwijde kredietcrisis. Hét grote nieuws van de afgelopen weken was de breuk van Jan en Yolanthe. Heel Nederland smulde ervan en de media raakte er maar niet over uitgepraat. Tragisch dieptepunt was dat zelfs premier Balkenende zich hierover uitliet. Met droge ogen zei hij de breuk te betreuren. Zichtbaar trots leek hij echter op het feit dat hij onlangs op zijn verjaardag nog een sms-je had ontvangen van het showbizzkoppel. Het eerste wat ik dacht toen ik dát hoorde was: kan Balkenende sms-en dan? Blijkbaar. Niets menselijks is deze man vreemd. Maar het deed mij als trouwe burger pijn, dat de man aan wie wij Nederlanders massaal ons vertrouwen hebben gegeven, zich met zulke triviale zaken als een relatiebreuk van twee twintigers bezighoudt. Alsof hij niets beters te doen heeft.

Ook Albert Verlinde had niets beters te doen dan dit grote nieuws iedere dag opnieuw uit te melken. Hij was zichtbaar in zijn nopjes, met al die smeuïge, relationele ellende. Hij kwijlde, dweepte en jammerde, dag in dag uit. Ik zou er persoonlijk niet van opkijken als hij een spontane binnenbroekse zaadlozing heeft gehad, bij het zien van de eerste videobeelden van een zoenende Yolanthe en Wesley Sneijder. Videobeelden die de redactie van Boulevard gekocht heeft van een Amsterdamse-parkeergaragehouder-zonder-scrupules. Videobeelden, gemaakt door camera's met als doel onze veiligheid te vergroten, niet om inbreuk te maken op iemands privéleven. De hoofdredactie van de NRC wijdde er een mooi commentaar aan en vroeg zich hardop af of het verkopen van beveiligingsbeelden niet strafbaar was en of - in het verlengde hiervan - Albert zich dus schuldig heeft gemaakt aan heling? Jammer genoeg - maar wel begrijpelijk - maken Yolanthe en Wesley er geen rechtszaak van, dus we zullen het nooit weten. Iedereen mag in ons landje vooralsnog ongestraft opnames maken van (beroemde) mensen. Om er vervolgens financieel een slaatje uit te slaan.

De eerste beelden van een verliefde Adam Curry samen met zijn nieuwe vlam Micky Hoogendijk zijn inmiddels ook al vertoond. Adams breuk met Patricia Paay deed de Nederlandse schaal van Richter ook weer fors uitslaan: voor de tweede maal in een week tijd stond ons land te schudden op zijn grondvesten. Na twintig jaar trouwe dienst, heeft Adam zijn vrouw verlaten voor een dame die maar liefst tweeëntwintig jaar jonger is dan zijn lieftallige, goed geconserveerde echtgenote. Persoonlijk denk ik dat Adam een midlifedipje heeft... Maar midlifecrisis of niet, in de steek gelaten worden voor een jonger exemplaar, is natuurlijk ronduit killing voor het zelfvertrouwen van een vrouw. Ik heb dan ook wel met 'La Paay' te doen. Eenmaal hersteld van dit vreselijke nieuws, troostte ik me met de gedachte dat het allemaal nog veel erger had gekund... Want stel dat Adam haar verlaten zou hebben voor een óudere vrouw? Dat zou nog veel pijnlijker zijn geweest... Want dan had Patries zich oprecht af moeten vragen wat die nieuwe vlam heeft, dat zij niet heeft. Maar met een leeftijdsverschil van tweeëntwintig jaar ligt dat antwoord nogal voor de hand.

Toch vind ik het wat Patricia betreft, een tragisch gevalletje van selffulfilling prophecy. Want was zij het niet, die zich lang geleden al zingend afvroeg : Who's that lady with my man...

18 mei 2009

Lang leve het rukken!

Minister Plasterk van onderwijs vindt dat jongeren op school weerbaarder gemaakt moeten worden tegen de seksueel getinte beelden in de media. De dubbele moraal die er heerst dat jongens stoer zijn wanneer ze veel meisjes hebben gehad en dat meisjes sletjes zijn als ze met een aantal jongens het bed hebben gedeeld, is hardnekkig en niet eerlijk.


Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een seksboekje onder ogen kreeg. Ik was een jaar of twaalf en mijn vriendinnetje troonde mij stiekem mee naar de slaapkamer van haar ouders. Daar haalde ze een seksboekje tevoorschijn uit het nachtkastje. Giechelend, besmuikt en enigszins gegeneerd bladerde ik het boekje door. Het maakte diepe indruk op me. In de voorlichtingsboeken die ik in mijn jeugd onder ogen kreeg, werd bij de meisjes altijd de nadruk gelegd op zelfonderzoek. Een ontdekkingstocht naar je eigen complexe lichaam, vooral daar, down under. Het was goed om zelf alvast te ontdekken wat je fijn vond en wat niet, zo werd gepredikt. Masturbatie werd - zij het heel indirect - van harte aanbevolen. Een slimme meid was immers op haar toekomst voorbereid! Hoe je de bijbehorende schaamte moest overwinnen om je kersverse lover te vertellen wat je lekker vond, werd er niet bij verteld, maar de boodschap was duidelijk.

Tegenwoordig is het bijna ondenkbaar dat een kind van twaalf nog nooit pornografische afbeeldingen onder ogen heeft gekregen. Internet, tv en de vele videoclips waarin borsten en billen voortdurend - en steeds uitdagender - in beeld worden gebracht zijn aan de orde van de dag. Meisjes worden massaal neergezet als lustobject en jongens worden afgeschilderd als onverzadigbare consumenten. En daarmee wordt - in tegenstelling tot wat men vaak denkt - niet alleen het meisje slachtoffer van deze seksualisering, óók de jongen wordt hiermee gereduceerd tot een lichaam dat zich enkel door zijn driften laat leiden. Alsof er geen enkele autonomie zou bestaan. Alsof ze allebei ontdaan zijn van hun eigen, vrije wil.

Dat jongens altijd en overal willen, is een hardnekkig misverstand en een zwaar juk waaronder zij gebukt gaan. De taak om grenzen te stellen lijkt daardoor vooral bij het meisje te liggen. En dat dat niet mee valt, bleek uit een schokkend artikel in de Opzij, waarin een huisarts beweerde dat hij in zijn praktijk regelmatig 'kapotgeneukte' meisjes op zijn spreekuur kreeg. Zowel anaal als vaginaal. Het bleek later 'slechts' om incidentele gevallen te gaan, maar het zou natuurlijk niet mogen gebeuren. Toch blijkt uit onderzoek dat - alle feministische uitspraken ten spijt - porno niet de veroorzaker is van dit seksueel overschrijdende gedrag. In de praktijk blijkt porno vooral aan te zetten tot masturbatie.

Columnist Rob Wijnberg pleitte er onlangs dan ook voor om masturbatie uit het verdomhoekje te halen. Het is belangrijk dat jongens zich vrij voelen om zich een slag in de rondte te rukken en niet denken dat de enige 'mannelijke' vorm van seks, die met een meisje is. Dáár moet de aandacht naartoe, zowel thuis als op de middelbare scholen! Want op masturberen rust nog altijd een taboe. Dat we het massaal doen, daar praten we nooit over, zéker niet met onze kinderen. Ik vind het een goed voornemen van minister Plasterk om de jeugd bewuster en weerbaarder te maken. En ik vind bovendien dat Rob Wijnberg een sterk punt heeft met zijn stelling. Dus zeg ik: lang leve het rukken!

4 mei 2009

Afscheid van een viervoeter

Haar grote bruine ogen kijken alleen nog maar op verzoek omhoog en dan wordt pijnlijk duidelijk hoe zwaar ze het heeft. Haar trieste blik snijdt genadeloos door mijn ziel. Haar lichaam staat als een snaar die te strak gespannen is. Verbeeld ik het me of ademt ze anders nooit zo snel? Ze zet haar achterpoten schrap om de pijn beter op te kunnen vangen. Af en toe zet ze een heel klein stapje vooruit, maar zelfs dat kost haar veel energie: kostbare kracht die ze nu eigenlijk niet lijkt te kunnen missen. Haar staart - normaal vrolijk kwispelend - houdt ze strak tussen haar achterpoten. Ze draagt haar lot zonder zelfs maar één keertje te janken. Dit in tegenstelling tot haar baasje. Zijn tranen trekken een spoor over zijn wangen, bij het zien van zoveel leed.


Hij haalt herinneringen op aan betere tijden en vertelt me dat ze als pup aan de verdrinkingsdood is ontsnapt. De eigenaar had haar - in al zijn goedheid - naar het asiel gebracht, in plaats van haar te verzuipen in een zak met stenen. Slechts vier weken oud was ze toen ze enthousiast op haar nieuwe baasje af kwam lopen. Eigenlijk te jong om zonder moeder door te brengen, ging ze toch met hem mee. De eerste tijd sliep ze in haar voerbak, zó klein was ze. Haar stevige poten die totaal niet in verhouding waren met de rest van haar lijf, hielden de belofte in dat ze uit zou groeien tot een grote hond. Dat deed ze dan ook. Ruw goudgeel melkboeren-honden-haar dat alle kanten op stond, was haar handelsmerk.

Ze bleek waakzaam en speels, onverschrokken en aanhankelijk en ze was oersterk. Dat laatste zal die inbreker zich vast nog heugen en anders helpt het litteken dat hij van het gevecht overhield hem daar wel bij... Uren kon ze liggend in de genadeloze Caraïbische zon doorbrengen. Als de hitte zelfs haar teveel werd, kroop ze even onder de auto om af te koelen. Ze at alles wat ze maar vinden kon, zelfs stenen. Men beweert altijd dat honden op hun bazen gaan lijken. Of andersom. Deze hond is inderdaad net als haar baas: slim, eigenzinnig en geen allemansvriend. Ze laten je niet zomaar toe, maar wanneer je eenmaal hun vertrouwen en vriendschap hebt gewonnen, gaan ze voor je door het vuur.

Maar nu is het vuur in haar gedoofd. Ze levert haar laatste gevecht. Een gevecht tegen de tijd, dat ze zeker gaat verliezen. De pijn is langzaamaan ondraaglijk aan het worden. De uitspraak van de dierenarts was helder en bleef even in de lucht hangen. Woorden die tot dan toe slechts gedachten waren, werden hardop uitgesproken. Hij verontschuldigde zich nog even voor zijn boute uitspraak, maar wilde bovenal duidelijk zijn. Haar baasje heeft nog een dag de tijd om afscheid te nemen. Ze verdient het om verlost te worden uit haar lijden. Een waardig afscheid, voor een waardig bestaan. En eindelijk geen pijn meer... Dat gegeven sterkt hem in zijn besluit.

Ik weet dat hij intens verdrietig zal zijn om haar dood. Een leven zonder haar aan zijn zijde, zonder urenlange wandelingen: hij kan het zich niet voorstellen. Terwijl ik kijk hoe hij haar zachtjes over haar kop aait, realiseer ik me dat hij zich voor het eerst in ruim veertien jaar tijd ook eenzaam zal gaan voelen in huis. Want vanaf morgen zal zij hem niet meer kwispelend begroeten en nooit meer spontaan haar lieve kop in zijn schoot legt, als hij troost kan gebruiken...

Dag Lisa, dag trouwe viervoeter.

20 april 2009

De kater komt later

Terwijl ik voorzichtig overeind kom, moet ik de neiging onderdrukken om mijn hoofd met beide handen te ondersteunen. Door een dikke mist, banen herinneringen aan een rijkelijk met alcohol besprenkelde avond zich een weg naar mijn bewustzijn. Niet alle grijze hersencellen zijn vernietigd door de alcohol, concludeer ik nuchterder dan ik me voel. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes om mezelf te beschermen tegen de acute pijnscheuten in mijn hoofd, als gevolg van die oogverblindende zon die vrolijk de slaapkamer binnenschijnt. En ik bedenk dat zelfs dénken zeer doet.


De smaak in mijn mond roept associaties met een dood vogeltje op en het gebonk in mijn hoofd overstemt met gemak de muziek van de avond daarvoor. Mijn lijf voelt vreemd slap aan en mijn handen trillen. Als ik voorzichtig mijn hoofd draai, lijkt er plotseling iets van uitzwenkgevaar te bestaan. Het voelt net alsof er nog een deel van mijn hoofd - na enige aarzeling - in slow-motion volgt. Mijn coördinatie is niet meer wat het geweest is en mijn handelingen verlopen verre van vloeiend. Ik sleep mezelf naar beneden en kiep twee vitaminepillen naar binnen. Gulzig drink ik een liter water, maar mijn dorst wordt maar niet minder. Oneliners van diepe rouw en spijt schieten door mijn hoofd. Wanneer ik na enige 'blessuretijd' in de auto zit, zijn de flikkerende lampjes van de richtingaanwijzer genoeg om een licht gevoel van duizeligheid bij me op te roepen. De eerste bocht die ik voorzichtig neem, gaat goed. De rit naar mijn werk later die dag, ook. Ik moet de rest van de dag stevig boeten voor mijn uitermate gezellige avondje, iets dat vroeger gewoon in een paar uurtjes bekeken was. Ik word wederom met mijn neus op de feiten gedrukt: ik wil nog wel de beest uithangen, maar mijn lijf werkt niet meer mee.

De avond daarvoor. Plaats delict: restaurant de Amiral, deelnemer aan: 'Mijn tent is top!' Heerlijk gegeten, goede wijnen gedronken en zelfs een kleine proeverij met de sommelier als bonus gehad... So far, so good. Maar dat 'afzakkertje' in die Ierse pub heeft me duidelijk de das omgedaan. Dat allerlaatste drankje had ik niet moeten nemen en eigenlijk ook het drankje daarvoor al niet, als ik heel eerlijk ben. Maar de muziek was goed en het gezelschap ook. En de aanblik van die jonge mooie Australische ober, die mij steeds zijn stralend witte lach toonde, waardoor bij iedere bestelling zijn fooi groter en groter werd, joeg het bloed door mijn lijf. Ik voelde me de hoofdrolspeelster uit A Fish called Wanda iedere keer als ik zijn Australische accent hoorde. Ik liet mijn fantasie de vrije loop en in gedachten liet ik mij meevoeren naar de Australische outback. Ik stelde me het ruige landschap voor, rook de geur van leer en paarden, evenals het gevaar dat daar overal op de loer ligt. Maar het feit dat hij mijn gids, mijn beschermheer en wie weet wat nog meer zou zijn in die woestenij, maakte oergevoelens in mij los. Ik smolt ter plekke. Dat was overigens niet wederzijds. Denk ik.

Gebeurde het vroeger nog wel eens spontaan, tegenwoordig is een royale fooi de enige manier om exclusieve aandacht te krijgen van zo'n lekker ding. Zucht. Ik heb duidelijk mijn beste tijd gehad... En dat nuchtere besef, zorgde onmiddellijk voor weer een nieuwe kater.

5 april 2009

Onbewust asociaal?

Ik rochel nooit en spuw al helemaal geen fluim op straat. Ook boer ik nooit luid. Soms ontglipt me per ongeluk een windje, maar gelukkig ben ik op zo'n moment meestal alleen. Ik gooi geen troep op straat en laat mijn kinderen na Oudjaar de rotzooi van hun eigen vuurwerk opruimen. Ik meld het vooraf aan mijn buren wanneer ik een feestje geef en zorg ervoor dat de geluidsoverlast binnen de perken blijft. Ik tutoyeer mensen pas, wanneer ze aangeven dat dat prima is. Ik bel bij voorkeur niet in het openbaar. En als mijn mobiel onverwachts tóch gaat wanneer ik in de rij bij de kassa sta, kap ik de beller snel af met de mededeling dat ik spoedig terug zal bellen.


Ik ben geen bumperklever en vloeken doe ik zelden. Hooguit wanneer ik met mijn vingers tussen de deur bekneld raak, maar dan mag ik dat van mezelf, want ik ben ook maar een mens per slot van rekening. Ik peuter weleens in mijn neus, maar alleen wanneer ik denk dat niemand het ziet. Ik laat ook geen remsporen achter in het toilet en zorg ervoor dat het toiletrolletje wordt verwisseld als dat nodig is, zodat degene na mij niet in de problemen komt. Ik breng mijn kinderen waarden en normen bij en corrigeer ze steeds weer, wanneer ze hartgrondig 'kut' zeggen bij een tegenvaller. Die zeldzame keer dat ik in bus of tram zit, sta ik vrijwillig op voor iemand die ouder of zwanger is, mocht dat nodig zijn. Kortom: ik ben gewoon een heel sociaal mens.

Maar volgens Sire zijn wij Nederlanders - en daar val ik toch ook nog steeds onder - steeds asocialer aan het worden. Onbewust asociaal dan wel, maar toch, het zorgt evengoed voor ergernissen. Hondenpoep, troep op straat, het openbaar vervoer, ongewild getuige zijn van een telefoongesprek of muziek uit een I-pod: allemaal ergernissen. Puur uit nieuwsgierigheid heb ik zelf ook even de test gedaan op de site van Sire en wat blijkt? Ondanks het feit dat ik bijna overal ontkennend op antwoord - waar het mijn eigen gedrag betreft - erger ik jaarlijks toch zo'n vijfentwintig mensen met mijn onbewuste asociale gedrag. Verder erger ik me net zoveel (of zo weinig) als de gemiddelde Nederlander. Hoe de mensen van Sire deze conclusies kunnen trekken uit zó'n onvolledige test is me werkelijk een raadsel, maar dat terzijde.

Nu is mij altijd geleerd dat hetgeen waar jij je zo aan ergert bij anderen, vooral iets over jezélf zegt. Dus die egoïstische buurman, die me het bloed onder mijn nagels vandaan haalt vanwege het feit dat zijn eigenbelang altijd voor het groepsbelang gaat, leert mij eigenlijk dat ik misschien ook best wat vaker mezelf voorop mag stellen. En die collega die zó perfectionistisch is dat het bijna dwangmatig is, spiegelt mij eigenlijk dat ik zelf ook best wat meer de puntjes op de i zou kunnen zetten. So far, so good. Maar toch, sinds ik die test bij Sire heb gedaan, blijf ik met een prangende gewetensvraag zitten, waar ik maar niet uitkom...

Want wát zegt het nou over mij, dat ik mij groen en geel erger omdat ik wéér in een dikke, vette hondendrol ben getrapt?

5 maart 2009

Stoute Arie!

Arie Boomsma heeft gezondigd! En hoe! Door schaars gekleed te poseren voor de eenmalige uitgave van het blad Linda, genaamd de L’Homo, heeft het boegbeeld van de Evangelische Omroep zijn achterban geschoffeerd en de missie van de EO uit het oog verloren. Arie heeft zich daarmee de toorn van de directie op zijn hals gehaald. De mooie Arie, bejubeld en aanbeden vanwege zijn goddelijke uiterlijk, heeft op de veelbesproken foto’s slechts zijn kruis bedekt.


“Halleluja, God bestaat,” dacht ik bij het horen van dit heugelijke nieuws. Duivelse tongen beweren echter dat op de foto’s de gelijkenis met Jezus opmerkelijk is, en dat wordt Arie door Christelijk Nederland vast niet in dank afgenomen. Persoonlijk lijkt me dat juist een mooie manier om je geloof uit te dragen, maar ach, wie ben ik?


Maar nu moet Arie boete doen. Nadat hij zijn zonde heeft opgebiecht aan zijn baas, is hij meteen voor drie maanden geschorst. En nee, natuurlijk had deze schorsing niets te maken met het feit dat het hier om de L’Homo ging. Het feit dat Arie zijn eigen gang is gegaan en  contractuele afspraken niet is nagekomen, is tegen het zere been van de gelovige omroep. Daarnaast stond het programma dat Arie presenteert - 40 dagen zonder seks - op de rol, waarbij het juist om het innerlijk van de mens draait, terwijl Arie met zijn foto’s juist de nadruk op het uiterlijk legt.


Het zou wat! Alsof die pubers ineens van hun geloof vallen omdat Arie Boomsma halfnaakt in de Linda poseert? Alsof het hebben van een mooi uiterlijk een belemmering vormt om met elkaar over de meerwaarde van het innerlijke te praten! Als de EO dát standpunt huldigt, dan kunnen ze maar beter op zoek gaan naar de grootste gelovige trol van Nederland, om het werk van mooie Arie over te nemen. Ze meten met twee maten, daar bij de EO. Want toen Arie in 2008 op de cover van de Linda stond - ook met ontbloot bovenlijf and sexy as hell – bleek dat voor de EO geen punt te zijn, omdat Arie toen ‘slechts’ als freelancer voor de omroep werkte. Hoe hypocriet!


Stoute Arie trekt nu openlijk het boetekleed aan. Mea Culpa , mea culpa. Arie is plotseling weer een mak schaap, dat spoedig zijn weg terug naar de kudde zal vinden, nu hij het zondige en heilloze van zijn daad heeft ingezien. Daarmee is Arie voor mij toch wel het lulletje rozenwater van de Nederlandse tv geworden, zéker wanneer je bedenkt dat vooraf wist dat hij de regels overtrad. Wat mij betreft mag hij een voorbeeld nemen aan zijn EO-collega Andries Knevel: die man bleef tenminste bij zijn omstreden uitspraak, zélfs toen gelovig Nederland massaal over hem heen viel.


De EO wil Arie op termijn zijn zonden wel vergeven, zoals het een Christelijke omroep betaamt. Over een tijdje, als alle wind is gaan liggen en het gejubel van Linda - vanwege free publicity – is verstomd, mag Arie weer terug naar de grazige groene weide van de Evangelische Omroep. Gelukkig hoeft hij in de tussenliggende tijd geen taakstraf uit te voeren voor zijn grote misstap. Anders had hij misschien wel huis-aan-huis folders moeten verspreiden, om mensen te overtuigen van het scheppingsverhaal. Persoonlijk behoor ik meer tot de aanhangers van de evolutietheorie van Darwin. Want zeg nou zelf: als God de mens werkelijk naar zijn evenbeeld heeft geschapen, waarom lijken we dan niet allemaal op Arie? Qua uiterlijk natuurlijk…

23 februari 2009

Passie voor zeuren en klagen

Een mens mag tegenwoordig ook niets meer! Het moet maar eens afgelopen zijn met ons gezeur en geklaag, lees ik in Psychologie Magazine. En dát terwijl ik het juist zo lekker vind! Ik doe het dan ook met overgave. Als rechtgeaarde Hollandse klaag ik natuurlijk over het weer: het is me algauw te nat, te koud of te heet. Op de snelweg foeter ik luidkeels op die zondagsrijder of op die achterlijke vrachtwagenchauffeur die denkt dat de weg van hem is, omdat hij nou eenmaal wat meer gewicht in de schaal legt met zijn truck-met-aanhanger dan ik in mijn blikken koektrommeltje.

Ik klaag over de rij bij de kassa of over winkelpersoneel dat niet deskundig is. Ik mopper als mijn sportmaatje afzegt en ik me wéér alleen naar de sportschool moet slepen. En ik klaag stelselmatig over mijn internetverbinding - of beter gezegd internotverbinding - omdat hij om de haverklap uitvalt en áltijd op een cruciaal moment.

Mijn kinderen zijn ook een onuitputtelijke bron voor mijn klaaggedrag. Verder zeur ik regelmatig over collega's en dan met name over die twee waar ik rode vlekken van in mijn nek krijg. Ik klaag over mijn zussen, mijn ouders en mijn vrienden, wanneer dingen niet gaan zoals ik wil. Flitsers die verdekt opgesteld staan, zijn me een doorn in het oog en ook klaag ik steen en been over de bekeuring die vervolgens op de deurmat valt. Ik erger me blauw aan het feit dat ik eindeloos in de wacht word gezet bij een servicedesk à 10 eurocent per minuut en laat dat vervolgens ook luid en duidelijk blijken. En dacht je dat ik in stilte zou lijden wanneer ik een puist waar de Mount Everest een heuveltje bij is, voel opkomen? No way! Goed beschouwd kan ik met gemak in mijn eentje een hele klachtencommissie aan het werk houden.

En nu is er dan het paarse armbandje, om ons bewust te maken van ons zeur- en klaaggedrag. De bedenker daarvan, dominee Will Bowen, stoorde zich namelijk aan ons massale geklaag en zet zich nu in voor een klaagvrije wereld. We schijnen namelijk met z'n allen steeds méér te klagen. Nou is klagen op zich nog niet zo'n ramp - sterker nog - het is zelfs best gezond om af en toe je gal te spuwen. Bovendien is klagen ook een sociaal smeermiddel, want gezamenlijk klagen verbroedert. Maar teveel klagen zorgt voor negativiteit, want we richten onze aandacht dan vooral op onze ontevredenheid. Zeur- en klaagvrij leven maakt ons niet alleen vrolijker, maar ook gezonder en gelukkiger én het geeft ons betere relaties en carrièrekansen, zo predikt de dominee. Wat wil een mens nog meer?

Dus in navolging van het gele armbandje tegen kanker, het rode tegen zinloos geweld en het oranje bandje voor respect, hebben we dan nu het paarse tegen het zeuren en klagen. Iedere keer wanneer er een klacht over je lippen komt, verplaats je het armbandje naar je andere pols. Zo word je je bewust van je eigen klaaggedrag en de bedoeling is dat het geklaag vervolgens ook afneemt. Het meest optimistische volk ter wereld - de Amerikanen - ging ons al met miljoenen voor. Om te weten of jij een fervent klager bent, kan je online een test invullen. Ik heb dat ook gedaan. En wat blijkt? Ik scoor gemiddeld. Ik zit weer eens een keer in de grijze middenmoot, zoals gewoonlijk. Nou dácht ik een keer met kop en schouders boven de rest uit te steken, is het wéér niet gelukt. Het zal me ook eens een keer meezitten! Mopperdemopperdemopper!

Armbandje

Laatste reacties