• Image and video hosting by TinyPic

Wie o wie is Champagne?

  • Champagne is een(single) dame die net de respectabele leeftijd van vierenveertig heeft bereikt. Ze is een ware Bourgondiër; een bon vivant. Optimistisch bewandelt ze haar leven, beschouwend, analyserend en met een grote portie humor. Relativeren is een groot goed. Ze is moeder van twee pubers die haar scherp en alert houden. Ze gaat graag naar theater, is dol op een goed glas wijn, kookt graag uitgebreid voor haar vrienden en wil vervolgens lang tafelen in goed gezelschap. Ze houdt van diepgang en een goed gesprek. Schrijven is puur een hobby en tevens een uitlaatklep, iets wat ze van sporten niet kan zeggen. Naast haar gezin, huishouden en sociaal leven, verdient ze de kost in de acute psychiatrie, waar ze nog steeds met veel plezier werkt!

    Niets van deze web-log mag worden verveelvoudig en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van champagne. © Copyright 2005-2009. All rights reserved.


Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

22 oktober 2009

Seks met een jonge God

God_2Madonna – zelf eenenvijftig - doet ‘het’ met Jesus van tweeëntwintig. Demi Moore   houdt het al enkele jaren uit met de sexy, vijftien jaar jongere, Ashton Kutcher. Ook Tanja Jess zei vorig jaar gretig “ja” tegen haar echtgenoot Charlie Luske, die nog in de wieg lag toen Tanja de puberteit al naderde. En onlangs brak de zestigjarige Patricia Paay alle records op dit gebied, toen ze bekende het bed gedeeld te hebben met een vijfentwintigjarig fotomodel!

Nou moet ik toegeven dat de eerder genoemde dames allemaal bijzonder goed geconserveerd zijn. Ze werken zich vast dagelijks in het zweet voor om de drie B’s strak te houden. Daarnaast volgen ze natuurlijk het laatste nieuwe dieet en van het onderhoud aan menig dame, rijdt de plaatselijke plastische chirurg, in de nieuwste Ferrari.

Ik moet eerlijk zeggen dat het natuurlijk ook best aanlokkelijk is, zo’n jong exemplaar naast je. Ook mijn gedachten dwalen weleens af bij het zien van zo’n knapperig blaadje. Lees verder

18 oktober 2009

Hollywood roomser dan de paus?

Bling2Tout Hollywood is momenteel in rehab, zo lijkt het. Rehab is namelijk hot! De AA (Anonieme Alcoholisten) gaan gebukt onder de massale belangstelling van de sterren. Iedereen die ook maar een beetje verslaafd is of dénkt het te kunnen worden, meldt zich aan om in groepsverband te navelstaren en over personal issues te praten. Maar de AA heeft meer te bieden dan het aanzetten tot nuchterheid en een luisterend oor. Het is namelijk ook ‘the place to be’ om te netwerken, want sterren en regisseurs komen elkaar daar nogal eens tegen. lees verder

16 oktober 2009

Lesje in loslaten

BoeddahZittend aan de kleine eethoek in mijn vakantieappartement - glaasje wijn binnen handbereik - check ik eindelijk eens mijn mail. Ik heb me de afgelopen dagen ondergedompeld in zon, zee en cultuur en mijn behoefte aan aardse zaken (zoals het checken van mijn mail) verdween hiermee naar de achtergrond. Maar plots is het daar weer. Na wat gepruts met laptop, kabel en stekker kan ik het internet op en ook mijn hotmail bekijken. De lijst met ongewenste post is indrukwekkend groot. Wat een troep krijgt een mens toch via de digitale snelweg, denk ik bij mezelf…


Vluchtig laat ik mijn ogen over de afzenders gaan en zoals verwacht ken ik er daar geen één van.

Mijn reisgenoot vraagt iets aan me en afgeleid als ik ben, selecteer ik met één klik op de muis alle ongewenste berichten. Net wanneer ik ook daadwerkelijk op verwijderen klik, zie ik hoe er tussen de verdwijnende bulkmail een mailtje zit met de woorden ‘freelance opdracht’.

Freelance opdracht…? FREELANCE OPDRACHT?!!!


Ho, stóp! In blinde paniek wil ik mijn laatste handeling ongedaan maken om dat bewuste mailtje te kunnen bekijken. Maar de berichten verdwijnen als sneeuw voor de zon en laten een akelig lege pagina achter. Ontzet staar ik naar mijn scherm. Ik kan niet geloven dat er geen weg terug meer is! Tegen beter weten in kijk ik nog bij de map ‘verwijderd’ maar ook daar is het akelig leeg… “Nee” zegt mijn reisgezel, wanneer ik hem vraag of mijn ongewenste mail nog terug te halen is, “die is echt weg.” Beduusd kijk ik hem aan.


In de dagen die volgen laat het gegeven me maar niet los. Op mijn ligbedje aan het zwembad, in de Griekse taverna en bij de eeuwenoude Minoïsche opgravingen flitst het af en toe ineens door mijn hoofd: wie zou mij benaderd hebben? En wat zou de opdracht zijn geweest? Zouden ze me nóg een keer benaderen wanneer ik niet op hun mail reageer? Of zouden ze gewoon concluderen dat ik geen interesse heb en niet eens de moeite heb genomen om hen te antwoorden?


Het antwoord blijft natuurlijk uit. Ik weet dat ik me er bij neer moet leggen. Dat gedane zaken geen keer nemen en dat het verspilde energie is om eraan te blijven denken. Ik kan gerust stellen dat de Boeddhist in mij nog steeds sterk onderontwikkeld is. Ik heb moeite met loslaten, dat is met dit voorval weer eens pijnlijk duidelijk geworden. En het ergste is: het brengt me echt nergens. Het maakt alleen maar dat ik me gefrustreerd voel over die ene seconde van onachtzaamheid en over een gemiste kans. “Als ze je echt willen hebben, dan mailen ze vast nog wel een keer,” zegt mijn reisgenoot troostend. Ik knik ja, maar heb moeite het ook echt te geloven. Uiteindelijk raakt het ongelukkige voorval wat meer naar de achtergrond en ontleen ik troost aan iets dat ze op de Fiji eilanden altijd zeggen bij tegenslag: May’be it’s for the better…

De tijd zal het leren.

1 oktober 2009

Is Carrie Bradshaw een hasbeen?

3959849980_fc9dab189f Lady Gaga is één. Jackie Kennedy was er één en Sarah Jessica Parker spéélde er een in de serie sex and the city, om het vervolgens ook in het echt te zijn. Een stijlicoon: voorbeeld en inspiratiebron voor miljoenen vrouwen wereldwijd, waar het mode betreft. Zijn de beroemde dames eenmaal gespot met een nieuwe look, een mooie tas of aparte schoenen? Grote kans dat er een trend ontstaat.

Fabrikanten knijpen hun handjes samen wanneer zo’n celebrity hun product draagt, hun medewerkers maken overuren en de verkoop stijgt tot ongekende hoogte. Zo heeft Carrie Bradshaw in de serie SATC een zwak voor Manolo Blahniks. Schoenen die voor de gemiddelde werknemer écht niet te betalen zijn. Maar Carrie eet nog liever een week droog brood dan dat ze ‘nee’ moeten zeggen tegen een fantastisch paar schoenen. Eén van haar uitspraken in de serie onderschrijft dat ook: I like my money right where I can see it: in mijn closet. Ook haar vriendinnen dragen met liefde en plezier die torenhoge stiletto’s. Liefdesverdriet? Een paar Manolo Blahniks verzacht de pijn. Een première of feestje, dan moet er gewinkeld worden. En bij een veelbelovende nieuwe jurk horen passende nieuwe schoenen, toch? Kwestie van overmacht.

Je zal de Spaanse ontwerper van deze goddelijke schoenen niet horen klagen.  Zijn kostje is gekocht. Zelfs nu Carrie op de ecotoer is gegaan. In deel twee van de film SATC, draagt Carrie namelijk ecopumps van het merk Swedish Hasbeens. Ik denk dat ze in Zweden spontaan een rondedansje hebben gemaakt, toen dat gebeurde, want wat Carrie draagt wordt gegarandeerd een trend! Zo zette Carrie ook de Cosmopolitan cocktail op de kaart en de supercomfortabele  Ugg Boots. Nou kan je Carrie een vuilniszak aantrekken en dan nog ziet ze er nog fashionable uit, maar eerlijk is eerlijk, de peep-toe-super-high-nature-eco-pumps staan Carrie echt geweldig!

Hasbeens is een jong Zweeds merk dat schoenen, tassen en riemen maakt op ecologische wijze. Hasbeens is geïnspireerd door een bepaalt soort vrouwen uit de jaren zeventig. Het zijn zelfbewuste, sterke vrouwen die hun eigen weg hebben gekozen. Zo is de nieuwe zomercollectie 2010 opgedragen aan Britt Ekland en Maud Adams, actrices die in 1974 ‘dressed to kill’ waren in een James Bond film. Maar, de collectie is ook aan alle andere Hasbeens opgedragen.

Een echte Hasbeen onderscheidt zich namelijk en laat zich niet in hokjes plaatsen. Ze is niet perfect gekleed, maar durft te experimenteren door speels te mixen met verschillende stijlen en culturen. Ze beleeft plezier aan haar creativiteit en ze houdt van kwaliteit. Een Hasbeen laat zich niet de wet voorschrijven op modegebied door grote merken of beroemdheden, maar doet lekker wat ze zélf wil!


In de serie begint en eindigt columniste Carrie altijd met een overpeinzing. Ik heb er dit keer ook één. Want… In hoeverre zijn we échte Hasbeens, wanneer we massaal Hasbeens gaan dragen?



16 september 2009

Wie treurt krijgt een beurt

Het is in showbizzland in, om na een relatiebreuk zo snel mogelijk te laten zien dat je ‘erg gelukkig’ bent met een spiksplinternieuwe vlam. Neem nou Yolanthe Cabau van Kasbergen. Koud weg bij Jan Smit, maar nu alweer tijden innig gelukkig met ‘haar’ Wesley. De intieme foto’s die heel Nederland moest zien van hun vakantie samen, spraken natuurlijk boekdelen. Nou maar hopen dat Jan Smit het begrijpend lezen goed onder de knie heeft. Hoewel hij daar vast niet veel tijd voor heeft, want ook Jan is alweer onder de Volendamse pannen.


Patricia Paay laat er ook geen gras over groeien om openlijk te flirten. Nauwelijks van de schok bekomen dat Adam het met een ander doet, is ze alweer volop aan het daten. Ze beweert dat haar telefoon roodgloeiend staat. Allemaal mannen met redderfantasieën, denk ik op mijn beurt… Natuurlijk streelt zoveel aandacht het geknakte ego van de diva. Je zal maar in de steek gelaten worden voor een veel jongere vrouw! Dat is pijnlijk. Maar nog altijd minder pijnlijk dan ingeruild worden voor iemand van je eigen leeftijd. Want dan kan je je pas écht achter de oren krabben en je afvragen wat die nieuwe vlam heeft, dat jij niet hebt.


Maar er zijn ook best uitzonderingen. Zo heeft Connie Breukhoven wél flink getreurd om de definitieve breuk met haar Hans. Maanden heeft ze zich - naar eigen zeggen - opgesloten in haar huis. Ze had er dagen bij dat ze het liefst van ellende onder haar dekbed was gekropen. Het feit dat ze gespot is – handen vasthoudend - met Bram Moszkowicz, heeft volgens haar niets te betekenen en was puur vriendschappelijk. In plaats van een nieuwe lover, heeft Connie zichzelf nog wél een botoxje of wat cadeau gedaan – denk ik - om alle verdrietige sporen uit te wissen. Ze staat immers zo strak als een spanlaken en persoonlijk vind ik haar steeds meer gelijkenis met Katrien Duck gaan vertonen.


Iemand die de kunst van het treuren ook prima verstond, is Jennifer Aniston. Als een stervende zwaan fladderde ze wanhopig in showbizzland rond, nadat Brad Pitt haar had ingewisseld voor een spannender exemplaar. Maar inmiddels heeft ze haar geluk gevonden bij een andere Brad. Een Brad die toevallig net is gescheiden van een Jennifer. Altijd handig, een lover met dezelfde naam als je ex, zo voorkom je tenminste pijnlijke vergissingen.


Onze nationale knuffelmarokkaan Najib Amhali, heeft na vijf jaar huwelijk trouwens ook zijn trouwring aan de wilgen gehangen. Die beslissing gaat hem wel veel geld kosten, omdat hij – noem het naïef -in gemeenschap van goederen is getrouwd. Nou hoeven we op zich geen medelijden te hebben met Najib, want die is niet bepaald onbemiddeld. Maar toch denk ik stiekem dat hij heel verdrietig is op het moment. En dat snap ik best. Het is ook niet zomaar wat om een vrouw én miljoenen euro’s te verliezen. Tot nu toe heb ik trouwens nog niets vernomen over een nieuwe liefde voor Najib en dat is gezien de nieuwe tendens opmerkelijk. Want tegenwoordig is het credo in medialand: wie treurt krijgt een beurt. Dus lieve Najib, bel je me even? Dan treuren we hartstochtelijk samen. Schijnt véél fijner te zijn.


7 september 2009

Een memorabel moment

Champagnekurk De één legt op zijn zolderkamer een complete modelspoorbaan aan, inclusief minitreintjes, tunnels en bergen. De ander verdiept zich in WOII en verzamelt daarvan alles wat los en vast zit. Weer anderen werken zich urenlang in het zweet in een sportschool of lopen marathons. Ieder zijn meug. Maar ik heb een hobby die vooral samenhangt met goed eten en drinken. Ik houd van lekker eten en ik houd erg van wijnen. Neem me mee naar de plaatselijke slijter en je hebt geen kind aan me. Ik waan me in Luilekkerland! Het is dat ik geen wijnkelder heb en een portemonnee die niet past bij mijn liefde voor goede wijn, anders kocht ik me suf!

Nou heb ik in een grijs verleden ooit drie jaar achtereen een wijncursus gevolgd. En ik was altijd in de veronderstelling, dat wanneer iets je interesseert, je het ook makkelijker kan onthouden. Niet dus... Ik ben de trieste bezitter van een selectief geheugen. Inmiddels is veel kennis van toen alweer diep weggezakt in de duistere spelonken van mijn onwillige brein. En dat is nou jammer. Aan de andere kant verplicht het me om me steeds opnieuw in dit onuitputtelijke onderwerp te blijven verdiepen, en dat is weer erg leuk. En voordat iemand hem inkopt, zeg ik het zelf maar vast: nee, er bestaat géén verband tussen mijn selectieve geheugen en mijn wijninname. Er zijn namelijk dingen die ik wél moeiteloos onthoud. Nutteloze, overtollige ballast die wat mij betreft meteen gedeletet had mogen worden, maar voor eeuwig verankerd zit in mijn grijze cellen: koning, keizer, admiraal, Popla kennen we allemaal...

Ik drink dus regelmatig wijn. Ik bedoel, iedere hobby verdient de nodige aandacht. En met wijn gaat dat bijna vanzelf. Feestje of receptie: doe mij maar een wijntje. Dineetje gehad dat rijkelijk besprenkeld was met goede wijnen? Dan is het de dag daarna heel gewoon om dat kladje van gisteren nog even soldaat te maken. Met een vriendin bijkletsen op een zonnig terras is nóg leuker met een sprankelend glaasje prosecco in de hand. Het is dat ik bijna altijd mijn eigen Bob ben, dat weerhoud me van al te gezellig doorzakken. Om mijn alcoholconsumptie te beperken, heb ik mezelf lang geleden al een limiet opgelegd. Leek me verstandig. Ik bedoel, een hobby is mooi maar het moet geen gevaar voor mijn gezondheid opleveren.

Maar jaren geleden kreeg ik er plots nog een hobby bij. Eentje die een creatieve geest, fantasie en kennis vereist. Eentje waarbij mijn grijze cellen fors aan het werk gezet worden. Iets dat me keer op keer uitdaagt en waar ik regelmatig research voor moet doen. Een bezigheid die me dwingt mijn gedachten te ordenen en deze goed over te brengen en waarbij ik ook nog onder druk moet presteren, want er is altijd een deadline.

Honderd ideeën heb ik inmiddels vorm en inhoud gegeven. Veertig- tot zestigduizend woorden heb ik getypt - met slechts één vinger - om mijn punt te maken. Als ik de uren tel die daarin zitten, kom ik uit op ruim zeven werkweken, fulltime. Als ik mijn research en het nadenken over een onderwerp meetel, kom ik misschien wel op het dubbele uit. Vier jaar lang heb ik iedere twee weken een nieuwe column aangeleverd voor Vrouw.nl. En vandaag ben ik de magische grens van 100 columns gepasseerd!
En dat is - zélfs voor mij - een memorabel moment. En zo'n feestelijke gebeurtenis schreeuwt natuurlijk om een feestelijk drankje. Laat de champagnekurk maar knallen! Cheers!

3 september 2009

Zwaargewicht in modeland

Img_0628 Jarenlang werd ik tijdens het shoppen bruut naar het verdomhoekje van een grote winkel gedirigeerd, waar dan een kleine collectie met oubollige grote maten mode te vinden was. Kleding die haast wel bedacht moest zijn door dikke-vrouwen-haters. Ik stelde me ontwerpers voor die met samengeperste lippen, hoofdschuddend over zoveel gebrek aan zelfdiscipline een volgende vormeloze hobbezak op papier zetten. Mannen of vrouwen die werkelijk geen flauw benul leken te hebben wat de modebewuste vrouw met een maatje meer graag zou willen dragen.


Alles leek gemaakt met de opzet om te verhullen, en de dikke vrouw tot seksloos wezen te bombarderen. De enige spanning die er in die grote maten hoek Überhaupt te vinden was, creëerde je zelf door per ongeluk een te klein maatje mee te nemen naar het felverlichte, vaak te krappe kleedhokje.


Gelukkig is er door de jaren heen, veel veranderd op dit gebied. De tijd dat ultraslanke verkoopster me nakeken met een mengeling van afschuw en medelijden, wanneer ik informeerde of zij misschien ook een grote maten collectie in de winkel hadden, ligt gelukkig ver achter me. De modebranche is met de welvaartsziekte die overgewicht heet, duidelijk meegegroeid.


Eindelijk worden we gezien als echte vrouwen, met heuse wensen op modegebied. Ook wij kunnen jong, hip en trendy gekleed gaan als we dat willen. Veel te lang zijn we het ondergeschoven kindje in modeland geweest! En we vormen met z’n allen een steeds grotere groep van zwaargewichten. Daar valt een dik belegde boterham (met slanke 30+ kaas erop natuurlijk) aan te verdienen!


Ik shop graag in speciale boetiekjes. De verkoopsters die daar werken, zijn meestal ook dames zijn met een dikke kont, volle heupen en dito borsten. En het is heerlijk om nu eens in een winkel te komen waar het kleinste maatje in het rek jóuw maat is. Een verademing om in winkels te shoppen waar bh’s met dubbel D, eerder regel zijn dan uitzondering. Winkels waar ik inspiratie opdoe, omdat de verkoopster het levende bewijs is, dat verhullen echt niet altijd nodig is. “Laat zien wat je hebt, ben trots op je vrouwelijke vormen,” roept één van ‘mijn’ vaste verkoopsters altijd luid, wanneer ik weer eens zit te zeiken over mijn te dikke derrière. En weet je, ze heeft gewoon gelijk!


Maar zelfs al is de mode voor Rubensvrouwen veel bereikbaar en hipper geworden, het kost nogal wat om er leuk uit te zien. Gerenommeerde merken als Samm, Yoek, en X-Two zijn niet bepaald goedkoop… En in de meeste gevallen is de portemonnee dunner dan de eigenaresse daarvan, dus wie niet rijk is moet slim zijn. Het is puur een kwestie van goed zoeken en af en toe een mazzeltje scoren.


Ik voel me soms net een matchmaker, want ik zorg regelmatig voor een veelbelovende samensmelting op het gebied van merken. Zo heb ik een gelukkig huwelijk gearrangeerd tussen Samm en die stoere Zeeman. En ook Yoek wilde best wel eens een kansje wagen met de Dyann Beekman collectie van C&A. En soms - in een heel gewaagde bui - stuur ik zelfs aan op partnerruil. En wat blijkt? Plotseling ontstaat er dan een heel bijzondere chemie tussen Samm en Dyanne. En als dát gebeurt…. dan bén ik toch een hippe dikke dame!

24 augustus 2009

De échte man

Mannen met baarden. Ik heb ze nooit leuk gevonden. Waarom zou je je gezicht verbergen achter zo'n bos haar? Natuurlijk, in het geval van een hazenlip ben ik geneigd er wat milder over te denken, maar dan nóg kijk ik liever tegen die hazenlip aan dan tegen zo'n woeste baard. Mannen met een baard stel ik me in gedachten altijd voor - ik kan het niet helpen - met een rood puntmutsje op en een hengeltje in de hand. Versteend bij een vijver. In een kitscherige tuin waarin ook zo'n 'gezellig' Hollands molentje draait.


Ooit gezoend met een tuinkabouter? Ik wel. Eenmalig. In een overmoedige bui. Het prikt ontzettend, kan ik je zeggen. In een mum van tijd moest de tuinkabouter in kwestie uitwijken naar andere plaatsen waar hij zijn mond neer kon zetten, omdat mijn kin inmiddels open lag van het grove schuurpapier dat baard heet. Maar dat uitwijken was ook geen succes. Dat was dus eens, maar nooit weer. Mijn hart gaat dus echt niet sneller kloppen van zo'n behaarde oerman. Logisch toch? We hebben ons per slot van rekening niet voor niets geëvolueerd.

Toch blijkt het dragen van een baard of snor weer helemaal hip te zijn! Deze trend is afgelopen jaar ingezet door Hollywoodsterren, als speels protest tegen de recessie en de toenemende werkeloosheid. Met de gedachte, dat als je niet meer dagelijks gladgeschoren op je werk hoeft te verschijnen, je je net zo goed niet kunt scheren. Maar niet alleen de recessie is de oorzaak van de bebaarde man. Feit is dat de gevoelige (metro)man in rap tempo baan moet maken voor een type man dat we jaren geleden al ooit hadden en toen hoognodig kwijt moesten. Nu weer onder het stof vandaan gehaald en opnieuw in ere hersteld: de échte man. Zo'n man die bier drinkt, van voetbal houdt en motor rijdt. En wat benadrukt zijn mannelijkheid nou meer dan een snor of baard, waarmee hij zich ook nog eens nadrukkelijk onderscheidt van een vrouw?

Een combinatie van twee archetypen man lijkt de nieuwe modern gentleman te zijn. Deze man is stijlvol, charmant, hoffelijk en verzorgd. Een man die zelfvertrouwen combineert met een krachtige uitstraling en verfijnde smaak. Type James Bond dus. Voor alle duidelijkheid: na de metroman, de über- en de retroseksueel zijn er dus wéér twee nieuwe typen man van stal gehaald. Om moe van te worden!

Freud vroeg het zich jaren geleden al vertwijfeld af: was will das WeiB? Daar is vast geen makkelijk antwoord op te geven, anders had hij het wel bedacht en wisselden wij vrouwen niet zo vaak van voorkeur. Ik op mijn beurt, vraag me af of onze mánnen eigenlijk nog wel weten wat wij willen? Ik zou als man zijnde namelijk allang het spoor bijster zijn.

Eigenlijk vind ik het te gek voor woorden dat we steeds opnieuw bepalen aan welk beeld onze mannen moeten voldoen! Andersom zou dat namelijk absoluut ondenkbaar zijn. Hemel en aarde zouden vergaan in de woeste razernij die dát teweeg zou brengen. We zouden om het hardst roepen dat we onderdrukt of enkel nog als seksobject gezien worden. En dat we zélf wel uitmaken hoe wij ons wensen te gedragen en wat we aan (of uit) trekken. Het is dus eigenlijk heel hypocriet wat wij vrouwen doen...

En daar krijg ik zo langzaamaan een behoorlijke sik van!

16 augustus 2009

Hoge hakken, echte liefde

Hoge_hak

Ik ben jaloers. En niet zo’n beetje ook. Stikjaloers ben ik op alle vrouwen die op hoge hakken kunnen lopen. En ik ben nóg jaloerser wanneer ze dat dan ook nog doen alsof ze de meest comfortabele schoenen aan hebben die ze vinden konden. Ik kijk ze ademloos na wanneer ze moeiteloos manoeuvreren over kinderkopjes in de binnenstad. Het feit alleen al dat ze een dag kunnen shóppen op die hoge hakken, gaat mijn voorstellingsvermogen te boven! Ik waggel zelf namelijk als een eend wanneer ik hakken draag. Katrien Duck is er niets bij! Maar ik ontkom – net als iedere vrouwelijke vrouw - niet aan gelegenheden waarbij het dragen van een hakje toch wel een must is.


Ik heb door de jaren heen geleerd om niet naar de grond te kijken wanneer ik op hakken loop. Tegenwoordig recht ik mijn rug, steek mijn borsten parmantig vooruit en kijk zelfverzekerd voor me, met mijn blik op het oneindige gericht. Ondertussen houd ik in stilte een peptalk voor mezelf. “Kom op Vos, jij kan dit ook. En je weet het: je bent sexy as hell met die hoge hakken!” Vervolgens zet ik vol vertrouwen mijn eerste stappen en anticipeer ik tijdig wanneer er obstakels op mijn weg liggen. Vol souplesse – mijn zelfbeeld is soms niet helemaal reëel, ik weet het  - beweeg ik daar dan fijntjes omheen.


Maar een enkele keer word ik onaangenaam verrast. Zo ben ik niet berekend op spekgladde vloeren in restaurants. En na een borrel of twee, drie al helemáál niet meer! Eenmaal bijna onderuit gegaan, verandert mijn loopgedrag dramatisch. Het wordt dan meer een kwestie van onzeker geschuifel. Ik zoek houvast aan alles wat ik onderweg tegenkom, tot ik eindelijk, gelukzalig weer plaats neem aan tafel. Waar ik mijn knellende martelwerktuigjes liefdevol uitschop.


Tegenwoordig oefen ik echter zelden meer. Het lot heeft anders beslist voor mij. Pijnklachten aan mijn voeten zorgden ervoor dat ik zooltjes moest gaan dragen. Zóóltjes! Dat klinkt precies zo oubollig als het voelt. In één klap werd ik veroordeeld tot verantwoorde, stevige schoenen met steun op strategische plaatsen. Merknamen als Mephisto en Ecco kwamen in mijn nachtmerries steevast voorbij. Net als veterschoenen. Bruine.


Niks frivool, ondeugend open hakje. Wég moest de open zomerschoen, waar prachtig gelakte teennagels altijd de aandacht trokken. Vergéten moest ik de hooggehakte pumps die mijn benen veel mooier uit lieten komen en wonderen deden voor mijn houding. En ook al liep ik dan meestal als een eend, hakschoenen staan me écht heel goed! Maar dat is nu dus allemaal voltooid verleden tijd.


Het is goed zoeken, maar soms vind je als zooltjesdrager iets dat flatteus en vrouwelijk is én geschikt is om een zooltje in te proppen. Steeds vaker worden er namelijk schoenen gemaakt waar een inlegzool in zit, die je kunt vervangen door je eigen persoonlijke, op maat gemaakte zooltje. En dat is goed nieuws voor de tot zooltjes veroordeelde schoenenliefhebbers onder ons.


Maar toch... Wanneer ik in de stad langs die mooie etalages loop en al die prachtige hooggehakte schoenen zie die buiten mijn bereik vallen, dan gaat er een steek door mijn hart. “Nooit meer…”, galmt het in mijn hoofd. Zelfs de platter dan platte, übercomfortabele Birkenstockslipper die deze zomer helemaal hot is, is niet voor mij weggelegd. En dat doet zeer...  Zeerder nog dan mijn voeten doen.

10 augustus 2009

Hulp bij huizencrisis

Het is kommer en kwel op de huizenmarkt. Makelaars gaan massaal aan de antidepressiva of verdrinken hun ellende met liters alcohol. Lotgenootcontacten bloeien op als nooit tevoren en Anonieme Makelaarsbijeenkomsten worden veelvuldig bezocht. Het vinden van een clubhuis is geen enkel probleem, want leegstand genoeg. Ieder nadeel heeft zijn voordeel, zo blijkt wel weer. Regelmatig komen de bijna failliete makelaars bijeen om hun droeve lot met elkaar te bespreken en uit te huilen in elkaars bijzijn. Bemoedigende woorden worden uitgesproken en schouderklopjes broederlijk uitgedeeld.


Alleen bij de Katholieke makelaars gaat het zo slecht nog niet. Zij zetten namelijk hun geheime wapen in: de beschermheilige. In dit geval de Heilige Jozef, beschermheilige van hopeloze zaken en woningnood. Het beeldje wordt bij het onverkoopbare huis begraven en binnen enkele weken blijkt het onmogelijke mogelijk en prijkt er een bordje 'verkocht' in de tuin. Voilà! Wat het Katholieke geloof al niet teweeg brengt! Nou moet ik zeggen dat het Katholieke geloof voor elke netelige situatie wel een geschikte Heilige heeft. En dat is een geruststellend idee. Het leven is al zwaar genoeg, dus een beetje hulp van bovenaf is van harte welkom! Neem nou de Heilige Antonius. Die kan je om hulp vragen wanneer je iets kwijt bent: Heilige Antonius, beste vriend, zorg dat ik mijn... vind. En verdomd, (dat is trouwens geen goed Katholiek woord) het wérkt!

Zo is het bij Katholieken ook heel gebruikelijk dat je een Heilige Christoffel krijgt, wanneer je je rijbewijs haalt. Hij is namelijk de beschermheilige van verkeersdeelnemers. Je hangt zijn afbeelding in je auto of draagt hem bij je en dat helpt echt! Ik heb in ieder geval nog nooit gehoord dat er in een autowrak een Heilige Christoffel is aangetroffen. Dat is voldoende bewijs dat het werkt, lijkt me.

Maar goed, er blijven natuurlijk heel wat makelaars over die niet Katholiek zijn. En ik denk dat ze dan ook geen gebruik mogen maken van zo'n beschermheilige, maar dat weet ik niet zeker. Het is al lang geleden dat ik kerkelijk was en op de hoogte van alle Katholieke ge- en verboden. Dus voor die makelaars blijft het sappelen. Slecht enkelen lukt het om met een creatieve oplossing te komen. Zoals die Brabantse projectontwikkelaar die zijn nieuwbouwwoningen openstelt voor belangstellenden, om een weekendje te komen 'proefwonen'. Maar zo'n creatieve geest is niet iedereen gegeven.

Misschien moeten de minder bedeelde makelaars zich eens een poosje grondig gaan vervelen... Dat schijnt te helpen om het creatieve proces op gang te brengen en daar hebben ze nu toch volop tijd voor. Ook Einstein, Nietzsche en Goethe kregen hun beste ideeën nadat ze een tijdje hadden gelanterfanterd. En als zelfs dát het tij niet doet keren, dan moeten ze de Heilige Dyonisius toch maar aanroepen. Deze beschermheilige helpt namelijk bij alle nood. Dus ook bij de hoge nood van makelaars. Hoeven ze zich alleen maar even bij God's huis te melden en daar is tegenwoordig plaats genoeg. Wat zal God blij zijn! Want zelfs Hij heeft het vandaag de dag niet gemakkelijk. Zijn huizen kampen immers ook al jaren met leegstand.

28 juli 2009

Leven na de dood

Freek de Jonge is ervan overtuigd. Hij wel. Luidkeels zong hij jaren geleden al over een leven na de dood. Dat niet iedereen het met hem eens is, bleek afgelopen week toen ik me - in het kader van een cursus over rouw en verlies - moest bezighouden met deze vraag. "Dood is dood," sprak één cursiste gedecideerd. Dat was duidelijke taal. De overige cursisten verschilden van mening. Van een overtuigend "ja," tot een voorzichtig "misschien wel", tot het idee dat we na onze dood reïncarneren net zolang tot we voldoende geleerd hebben hier op aarde. Maar het blijft natuurlijk allemaal een kwestie van geloof. Er is namelijk nog nooit iemand teruggekeerd uit de dood, om ons het hele gebeuren eens even fijntjes uit te leggen.


Geloven dat dood niet zomaar het absolute einde is, zou een verdringing van angst zijn, beweren mensen die er verstand van hebben. Als troostrijke gedachte creëren we een soort 'hemel' voor onze nabestaanden en uiteindelijk natuurlijk ook voor onszelf. De gedachte dat we onze dierbaren na hun dood nooit meer zouden 'zien' is gewoonweg ondraaglijk. Voor anderen is het juist weer een onverteerbaar idee dat ons leven geen 'hoger' doel zou dienen. Want dan zou al het verdriet en het lijden dat we doormaken, volstrekt nutteloos zijn. En dat is een pijnlijke gedachte. Dat zou dus betekenen dat het enige wat we doen als we dood gaan, is het estafettestokje van het leven doorgeven aan de volgende generatie. En dat al miljoenen jaren lang.

De enige zekerheid die we hebben in het leven, is dat we allemaal een keer doodgaan. Hoe en wanneer blijft alleen de vraag. Maar sommige mensen maken in een levensbedreigende situatie een bijna-dood ervaring mee. Zij lijken tijdens deze ervaring een glimp op te vangen van datgene wat er na onze dood gebeurt. Degene die dit meegemaakt hebben, beschrijven afzonderlijk van elkaar allemaal zo'n beetje hetzelfde. Ze spreken over een tunnel en een helder wit licht. Ze ervaren een overweldigend gevoel van liefde en harmonie en zien dierbare overledenen die hen verwelkomen. Vaak ervaren ze hun 'terugkeer' naar het aardse leven als bruusk en zwaar en kost het ze jaren om deze gebeurtenis een plekje te geven.

Deze bijna-dood ervaringen zijn echter omstreden. Wetenschappers verklaren het vaak als gevolg van medicijngebruik, doodsangst en hallucinaties of zuurstoftekort, tijdens een levensbedreigende situatie. Echter, uit een groot onderzoek door Pim van Lommel (cardioloog), naar bijna-dood ervaringen, blijkt dat er een bewustzijnservaring optreedt pas nádat de hersenen zichtbaar en meetbaar zijn uitgevallen. Nou, ik vind het persoonlijk wel iets om naar uit te kijken. Als onze eindbestemming zó fantastisch is, dan hoeven we ons in ieder geval geen zorgen meer te maken om onze dood. Toch?

Uiteindelijk is het ook maar goed ook dat de dood bestaat, in het kader van de overbevolking. Daarnaast voel ik eigenlijk ook niets voor een eeuwig aards leven. Een jaartje of tachtig in goede gezondheid op deze aardkloot rondlopen, is voor mij echt ruim voldoende. Daarna geef ik het estafettestokje graag weer over aan de volgende generatie, om me zelf onder te dompelen in dat warme bad van liefde en harmonie en een feestelijk reünietje te houden met al mijn overleden dierbaren!

14 juli 2009

Ain't no mountain high enough?

Hijgend sta ik bovenop de berg. Voorover gebogen, happend naar lucht. Mijn hart gaat als een razende tekeer. Mijn hoofd is vuurrood en mijn kuiten bevinden zich in een verregaand stadium van verzuring en ik kan je vertellen: dat doet zeer. Ik sta niet alleen voorover gebogen omdat dat nou eenmaal makkelijk hangt, maar ook om de lage rugpijn die alsmaar erger werd tijdens mijn moeizame klim, tegenwicht te bieden. Maar ondanks alle pijn, overwint één gevoel en dat is blijdschap.

Uitkijkend over het dal maakt een euforisch gevoel van overwinning zich meester van me. Hier heb ik het allemaal voor gedaan! Hier heb ik me voor in het zweet gewerkt bij 32 graden Celsius. De genadeloze Griekse middagzon verschroeit het asfalt bijna. Het zweet gutst van mijn voorhoofd en mijn T-shirt plakt aan mijn lijf. Terwijl ik uitkijk over het dorp dat beneden mij ligt, voel ik me plots op een vreemde manier innig verbonden met een Lance Armstrong of een Inge de Bruijn. Zij weten wat het is om af te zien. Zij weten hoe het voelt om door je pijngrens heen te gaan, op weg naar de top. Zij weten hoeveel het kost om door te zetten. Hoeveel discipline en moed daarvoor nodig is, steeds weer opnieuw.

Later die dag neem ik een verkoelende duik in het zwembad. Dat heb ik wel verdiend! Het frisse water streelt mijn huid, terwijl ik loom op mijn rug draai en probeer te blijven drijven. Het water maakt me gewichtloos en dat is een heerlijk gevoel. Ik sluit mijn ogen tegen het felle zonlicht en zie een regenboog aan kleuren aan de binnenkant van mijn ogen. Ik luister naar de geluiden om me heen. Niet dat er veel te horen is… Geluiden uit het dal verstommen immers al voordat ze de top bereiken. Hierboven is vooral het drukke getjirp van krekels te horen. Heel in de verte rijdt er een motor voorbij. Het gebrom ebt weg en maakt plaatst voor andere geluiden. Zacht getinkel van glazen, een vrouw die lacht. Ergens blaft een hond, zonder veel overtuiging trouwens. Hij heeft het vast ook heet, bedenk ik terwijl ik mij afdroog. En op mijn comfortabele ligbedje onder de grote parasol, concludeer ik tevreden dat het leven zo slecht nog niet is.

Ik ben een liefhebber van het leven. Ik leef het dan ook vol overtuiging. Tegelijkertijd realiseer ik me dat – wanneer ik nog veel langer wil genieten van dat heerlijke leven – ik mijn levensstijl drastisch zal moeten aanpassen. Ik kan niet op deze manier doorgaan. Ik ben veel te zwaar en pleeg dus roofbouw op mijn gezondheid. Mijn lijf laat me dat na vierenveertig jaar op een niet mis te verstane wijze weten! Schaamtevol realiseerde ik me vanmiddag dat ik het lijf van een bejaarde heb. Niet qua uiterlijk, maar qua conditie en kwaaltjes. Daar, bovenop die berg – die in werkelijkheid maar een klein heuveltje is op weg naar mijn hotel – kon ik het niet langer ontkennen: ik moet afvallen en mijn conditie moet verbeteren. Wil ik tenminste volgend jaar niet gedoemd zijn om met 'de Zonnebloem' mee op vakantie te moeten…

8 juli 2009

Het meest geile kledingstuk allertijden?

Ik heb wel een beetje een zwak voor Filemon Wesselink, de BNN-presentator die het altijd meer van zijn kwaliteiten moet hebben, dan van zijn looks. Filemon lijkt me dan ook niet heel modebewust. Ik stel me zo voor dat hij op maandagochtend slaapdronken in de stapel naast zijn bed graait en het liefst aan zou trekken wat hij daar de vorige avond op de grond heeft gedropt. Een lekker oud t-shirt en een dito spijkerbroek bijvoorbeeld.


Maar er zit natuurlijk een verschil tussen ‘niet modebewust zijn’ en ‘geen smaak hebben’. Filemon is wat mij betreft genadeloos door de mand gevallen toen hij in Viva een hele column wijdde aan wat hij de meest geile uitvinding voor vrouwen vindt op modegebied. Namelijk: de legging… Het meest onappetijtelijke, niets -verhullende kledingstuk allertijden, als je het mij vraagt! De broekrok was erg, maar een legging is toch echt de overtreffende trap van wansmaak…


Filemon denkt daar echter heel anders over. Hij beweert met droge ogen dat een legging het aanwezige vrouwelijke vet mooi bijeenhoudt en iedere oneffenheid van de huid verhult. Ik zeg op mijn beurt, dat iedere bobbel of oneffenheid die zelfs maar op cellulitis lijkt, genadeloos aftekent in zo’n legging. Zéker in een witte. Eenmaal op dreef, pleit onze BNN’er ook nog eens voor korte truitjes óp en hoge hakken ónder een legging, zodat dát deel van het vrouwelijke lichaam waar hij dol op is – de kont – het beste uitkomt. Nou, dat die kont een blikvanger is, daar heeft hij een punt mee. Maar laat nou bij slechts 10% van de leggingdraagsters die kont strak, spannend en het nastaren waard zijn…. Bij de rest van de vrouwen is het toch écht beter om er een lang en wijd gewaad overheen te trekken om de boel wat te camoufleren. Kortom: een legging doet voor het gros van de vrouwen meer kwaad dan goed.


Dat laatste is goed te zien wanneer je een terrasje pikt in Den Bosch. Daar lopen veel te dikke vrouwen in nietsverhullende leggings rond, alsof ze God’s gift to man zijn. Als slagroom op de taart dragen ze een lekker strak t-shirt waarin alle vetrollen uitermate goed in te zien zijn. Bestaat er iets lelijkers? Uhhh, ja, het kan nóg erger. Filemon’s natte droom is namelijk een glímmende legging, gemaakt van een soort schaatspakstof. ‘Omdat het zo lekker glad is,’ verzucht hij dromerig.


Ik zag in Filemon altijd een ietwat verlegen, maar toch stoere durfal en dat vond ik een schattige combinatie. Dat beeld is nu ernstig verstoord. Vanwege alle leggings die het straatbeeld deze zomer domineren staat er tegenwoordig een kwijlende Filemon in permanente staat van opwinding op mijn netvlies gebrand. En het zou me niets verbazen als de nieuwsgierige reporter – zoals het een echte BNN-presentator betaamt - nóg een stapje verder gaat en zelf een keer in een legging gaat rondlopen. Onder het mom: try before you die.


Van mij mag het gauw winter worden. Dan kan Filemon ongegeneerd het ijs op in een lekker strak, glimmend schaatspak. Ik ben benieuwd of er dan ook kwijlende vrouwen gespot gaan worden…

Columns voor Fashion.blog

Monique Vos schrijft sinds 2005 columns voor onder andere webglossy Vrouw.nl. Als Brabantse levensgenieter en onverslaanbare optimist schrijft ze over typisch vrouwelijke worstelingen - en hoe je daar weer uit komt. Van katers tot goede voornemens en van naaktfoto’s tot de klaagcultuur, Monique schrijft er over met humor, relativeringsvermogen en zelfspot. Voor Fashion.blog.nl verdiept ze zich in de uitwassen, celebs en nieuwtjes in modeland.

Zo luidt de introductie bij mijn column op Fashion.blog. Met ingang van vandaag kan je daar voortaan maandelijks een column van mijn hand lezen.

15 juni 2009

Beren in Amsterdam

Afgelopen week moest ik voor een cursus een aantal dagen in Amsterdam zijn. Het openbaar vervoer is in het dagelijkse leven een 'ver van mijn bed show' maar nu kon ik er niet onderuit. Met de auto vanuit Brabant naar Amsterdam tijdens de spits, moet een mens niet willen. Om dan vervolgens aan het einde van een lange dag ook nog eens een enorm bedrag op te hoesten aan parkeergeld. Geen goed plan. Dus zat er niets anders op dan de bus, trein en tram te pakken.


Nu ben ik niet gewend om met de bus en de trein te reizen, maar hoe dat in zijn werk gaat kon ik me nog wel herinneren van een aantal jaren terug. Maar de tram, dát is een heel ander verhaal. De laatste keer dat ik in een tram heb gezeten was in de tijd van Ben Hur. En tot mijn eigen verbazing moest ik concluderen dat me dat wel wat onzeker maakte. Naarmate de cursusdatum naderde werd ik zelfs een tikje nerveus. Want stel dat ik op een verkeerde plek uit zou stappen? Om vervolgens te verdwalen en te laat te komen op de eerste cursusdag? En moet je eigenlijk een strippenkaart hebben in de tram of is dat uit de tijd? En wie stempelt zo'n strippenkaart dan af? Of is er ergens een automaat? En als dat zo is: waar hangt die dan en hoeveel strippen kost me zo'n ritje? Naarstig zocht ik naar antwoorden. Maar weet je dat er nérgens staat beschreven hoe het reizen met zo'n tram precies werkt?! En als provinciaaltje in de grote stad is dat bepaald niet fijn! Dus zag ik allerlei beren op de weg. Beren in Amsterdam.

Maar er was meer waar ik me zorgen om maakte. Hoe dichter de cursusdatum naderde, hoe meer ik me af ging vragen of ik het niveau eigenlijk wel aan zou kunnen. De cursus was immers bedoeld voor psychiaters, psychologen, SPV-ers en maatschappelijk werkers. De twijfel sloeg stevig toe. Prangende vragen knaagden aan mijn zelfvertrouwen. Zou ik niet genadeloos door de mand vallen met mijn matige kennis over de systeemtheorie? En wat als ik een rollenspel zou moeten spelen, zou ik me daar wel goed doorheen slaan? Misschien zou ik wel volledig in het niet vallen bij al die hoogopgeleide zwaargewichten...

Ik werd niet bepaald vrolijker van mijn eigen ondermijnende gedachten. Uiteindelijk sprak ik mezelf stevig toe en besloot dat ik niet meer kon doen dan mijn best. Ik had de toegezonden literatuur gelezen als voorbereiding en ook mijn huiswerk had ik braaf gedaan.
Dus wat was nou het ergste dat me zou kunnen gebeuren, vroeg ik mij hardop af.
Het antwoord was duidelijk:
"Blunderen in gezelschap."
"En wat dan nog?" vroeg ik, terwijl ik zo mijn eigen therapeut speelde.
"Nou, daar zou mijn zelfvertrouwen wel een gevoelige tik van krijgen," antwoordde ik braaf.
"Maar mag jij dan niet falen, ben jij soms perfect?" zeurde mijn innerlijke shrink door.
"Uh nee, natuurlijk maak ik ook fouten, net als iedereen," gaf ik bedremmeld toe.
"Vind je het soms ook belachelijk als anderen fouten maken?"
"Nee, natuurlijk niet! Fouten zijn om van te leren, toch? Iemand die zijn fouten niet onder ogen durft te zien, leert niets en belemmert zijn ontwikkeling als mens."
"Dus...?"
"Oké, point taken."
En op de eerste cursusdag ben ik inderdaad op de verkeerde plaats uitgestapt. Maar binnen tien minuten had ik de goede tram alweer te pakken! En die cursus rouw en verlies? Die is geweldig! Vrijdag mag ik weer. En dan reis ik zelfverzekerd naar Amsterdam, waar inmiddels geen beer meer te bekennen valt!

1 juni 2009

Nederland op zijn (s)malst

Vergeten was het drama van Koninginnedag, vergeten was ook de wereldwijde kredietcrisis. Hét grote nieuws van de afgelopen weken was de breuk van Jan en Yolanthe. Heel Nederland smulde ervan en de media raakte er maar niet over uitgepraat. Tragisch dieptepunt was dat zelfs premier Balkenende zich hierover uitliet. Met droge ogen zei hij de breuk te betreuren. Zichtbaar trots leek hij echter op het feit dat hij onlangs op zijn verjaardag nog een sms-je had ontvangen van het showbizzkoppel. Het eerste wat ik dacht toen ik dát hoorde was: kan Balkenende sms-en dan? Blijkbaar. Niets menselijks is deze man vreemd. Maar het deed mij als trouwe burger pijn, dat de man aan wie wij Nederlanders massaal ons vertrouwen hebben gegeven, zich met zulke triviale zaken als een relatiebreuk van twee twintigers bezighoudt. Alsof hij niets beters te doen heeft.

Ook Albert Verlinde had niets beters te doen dan dit grote nieuws iedere dag opnieuw uit te melken. Hij was zichtbaar in zijn nopjes, met al die smeuïge, relationele ellende. Hij kwijlde, dweepte en jammerde, dag in dag uit. Ik zou er persoonlijk niet van opkijken als hij een spontane binnenbroekse zaadlozing heeft gehad, bij het zien van de eerste videobeelden van een zoenende Yolanthe en Wesley Sneijder. Videobeelden die de redactie van Boulevard gekocht heeft van een Amsterdamse-parkeergaragehouder-zonder-scrupules. Videobeelden, gemaakt door camera's met als doel onze veiligheid te vergroten, niet om inbreuk te maken op iemands privéleven. De hoofdredactie van de NRC wijdde er een mooi commentaar aan en vroeg zich hardop af of het verkopen van beveiligingsbeelden niet strafbaar was en of - in het verlengde hiervan - Albert zich dus schuldig heeft gemaakt aan heling? Jammer genoeg - maar wel begrijpelijk - maken Yolanthe en Wesley er geen rechtszaak van, dus we zullen het nooit weten. Iedereen mag in ons landje vooralsnog ongestraft opnames maken van (beroemde) mensen. Om er vervolgens financieel een slaatje uit te slaan.

De eerste beelden van een verliefde Adam Curry samen met zijn nieuwe vlam Micky Hoogendijk zijn inmiddels ook al vertoond. Adams breuk met Patricia Paay deed de Nederlandse schaal van Richter ook weer fors uitslaan: voor de tweede maal in een week tijd stond ons land te schudden op zijn grondvesten. Na twintig jaar trouwe dienst, heeft Adam zijn vrouw verlaten voor een dame die maar liefst tweeëntwintig jaar jonger is dan zijn lieftallige, goed geconserveerde echtgenote. Persoonlijk denk ik dat Adam een midlifedipje heeft... Maar midlifecrisis of niet, in de steek gelaten worden voor een jonger exemplaar, is natuurlijk ronduit killing voor het zelfvertrouwen van een vrouw. Ik heb dan ook wel met 'La Paay' te doen. Eenmaal hersteld van dit vreselijke nieuws, troostte ik me met de gedachte dat het allemaal nog veel erger had gekund... Want stel dat Adam haar verlaten zou hebben voor een óudere vrouw? Dat zou nog veel pijnlijker zijn geweest... Want dan had Patries zich oprecht af moeten vragen wat die nieuwe vlam heeft, dat zij niet heeft. Maar met een leeftijdsverschil van tweeëntwintig jaar ligt dat antwoord nogal voor de hand.

Toch vind ik het wat Patricia betreft, een tragisch gevalletje van selffulfilling prophecy. Want was zij het niet, die zich lang geleden al zingend afvroeg : Who's that lady with my man...

18 mei 2009

Lang leve het rukken!

Minister Plasterk van onderwijs vindt dat jongeren op school weerbaarder gemaakt moeten worden tegen de seksueel getinte beelden in de media. De dubbele moraal die er heerst dat jongens stoer zijn wanneer ze veel meisjes hebben gehad en dat meisjes sletjes zijn als ze met een aantal jongens het bed hebben gedeeld, is hardnekkig en niet eerlijk.


Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een seksboekje onder ogen kreeg. Ik was een jaar of twaalf en mijn vriendinnetje troonde mij stiekem mee naar de slaapkamer van haar ouders. Daar haalde ze een seksboekje tevoorschijn uit het nachtkastje. Giechelend, besmuikt en enigszins gegeneerd bladerde ik het boekje door. Het maakte diepe indruk op me. In de voorlichtingsboeken die ik in mijn jeugd onder ogen kreeg, werd bij de meisjes altijd de nadruk gelegd op zelfonderzoek. Een ontdekkingstocht naar je eigen complexe lichaam, vooral daar, down under. Het was goed om zelf alvast te ontdekken wat je fijn vond en wat niet, zo werd gepredikt. Masturbatie werd - zij het heel indirect - van harte aanbevolen. Een slimme meid was immers op haar toekomst voorbereid! Hoe je de bijbehorende schaamte moest overwinnen om je kersverse lover te vertellen wat je lekker vond, werd er niet bij verteld, maar de boodschap was duidelijk.

Tegenwoordig is het bijna ondenkbaar dat een kind van twaalf nog nooit pornografische afbeeldingen onder ogen heeft gekregen. Internet, tv en de vele videoclips waarin borsten en billen voortdurend - en steeds uitdagender - in beeld worden gebracht zijn aan de orde van de dag. Meisjes worden massaal neergezet als lustobject en jongens worden afgeschilderd als onverzadigbare consumenten. En daarmee wordt - in tegenstelling tot wat men vaak denkt - niet alleen het meisje slachtoffer van deze seksualisering, óók de jongen wordt hiermee gereduceerd tot een lichaam dat zich enkel door zijn driften laat leiden. Alsof er geen enkele autonomie zou bestaan. Alsof ze allebei ontdaan zijn van hun eigen, vrije wil.

Dat jongens altijd en overal willen, is een hardnekkig misverstand en een zwaar juk waaronder zij gebukt gaan. De taak om grenzen te stellen lijkt daardoor vooral bij het meisje te liggen. En dat dat niet mee valt, bleek uit een schokkend artikel in de Opzij, waarin een huisarts beweerde dat hij in zijn praktijk regelmatig 'kapotgeneukte' meisjes op zijn spreekuur kreeg. Zowel anaal als vaginaal. Het bleek later 'slechts' om incidentele gevallen te gaan, maar het zou natuurlijk niet mogen gebeuren. Toch blijkt uit onderzoek dat - alle feministische uitspraken ten spijt - porno niet de veroorzaker is van dit seksueel overschrijdende gedrag. In de praktijk blijkt porno vooral aan te zetten tot masturbatie.

Columnist Rob Wijnberg pleitte er onlangs dan ook voor om masturbatie uit het verdomhoekje te halen. Het is belangrijk dat jongens zich vrij voelen om zich een slag in de rondte te rukken en niet denken dat de enige 'mannelijke' vorm van seks, die met een meisje is. Dáár moet de aandacht naartoe, zowel thuis als op de middelbare scholen! Want op masturberen rust nog altijd een taboe. Dat we het massaal doen, daar praten we nooit over, zéker niet met onze kinderen. Ik vind het een goed voornemen van minister Plasterk om de jeugd bewuster en weerbaarder te maken. En ik vind bovendien dat Rob Wijnberg een sterk punt heeft met zijn stelling. Dus zeg ik: lang leve het rukken!

4 mei 2009

Afscheid van een viervoeter

Haar grote bruine ogen kijken alleen nog maar op verzoek omhoog en dan wordt pijnlijk duidelijk hoe zwaar ze het heeft. Haar trieste blik snijdt genadeloos door mijn ziel. Haar lichaam staat als een snaar die te strak gespannen is. Verbeeld ik het me of ademt ze anders nooit zo snel? Ze zet haar achterpoten schrap om de pijn beter op te kunnen vangen. Af en toe zet ze een heel klein stapje vooruit, maar zelfs dat kost haar veel energie: kostbare kracht die ze nu eigenlijk niet lijkt te kunnen missen. Haar staart - normaal vrolijk kwispelend - houdt ze strak tussen haar achterpoten. Ze draagt haar lot zonder zelfs maar één keertje te janken. Dit in tegenstelling tot haar baasje. Zijn tranen trekken een spoor over zijn wangen, bij het zien van zoveel leed.


Hij haalt herinneringen op aan betere tijden en vertelt me dat ze als pup aan de verdrinkingsdood is ontsnapt. De eigenaar had haar - in al zijn goedheid - naar het asiel gebracht, in plaats van haar te verzuipen in een zak met stenen. Slechts vier weken oud was ze toen ze enthousiast op haar nieuwe baasje af kwam lopen. Eigenlijk te jong om zonder moeder door te brengen, ging ze toch met hem mee. De eerste tijd sliep ze in haar voerbak, zó klein was ze. Haar stevige poten die totaal niet in verhouding waren met de rest van haar lijf, hielden de belofte in dat ze uit zou groeien tot een grote hond. Dat deed ze dan ook. Ruw goudgeel melkboeren-honden-haar dat alle kanten op stond, was haar handelsmerk.

Ze bleek waakzaam en speels, onverschrokken en aanhankelijk en ze was oersterk. Dat laatste zal die inbreker zich vast nog heugen en anders helpt het litteken dat hij van het gevecht overhield hem daar wel bij... Uren kon ze liggend in de genadeloze Caraïbische zon doorbrengen. Als de hitte zelfs haar teveel werd, kroop ze even onder de auto om af te koelen. Ze at alles wat ze maar vinden kon, zelfs stenen. Men beweert altijd dat honden op hun bazen gaan lijken. Of andersom. Deze hond is inderdaad net als haar baas: slim, eigenzinnig en geen allemansvriend. Ze laten je niet zomaar toe, maar wanneer je eenmaal hun vertrouwen en vriendschap hebt gewonnen, gaan ze voor je door het vuur.

Maar nu is het vuur in haar gedoofd. Ze levert haar laatste gevecht. Een gevecht tegen de tijd, dat ze zeker gaat verliezen. De pijn is langzaamaan ondraaglijk aan het worden. De uitspraak van de dierenarts was helder en bleef even in de lucht hangen. Woorden die tot dan toe slechts gedachten waren, werden hardop uitgesproken. Hij verontschuldigde zich nog even voor zijn boute uitspraak, maar wilde bovenal duidelijk zijn. Haar baasje heeft nog een dag de tijd om afscheid te nemen. Ze verdient het om verlost te worden uit haar lijden. Een waardig afscheid, voor een waardig bestaan. En eindelijk geen pijn meer... Dat gegeven sterkt hem in zijn besluit.

Ik weet dat hij intens verdrietig zal zijn om haar dood. Een leven zonder haar aan zijn zijde, zonder urenlange wandelingen: hij kan het zich niet voorstellen. Terwijl ik kijk hoe hij haar zachtjes over haar kop aait, realiseer ik me dat hij zich voor het eerst in ruim veertien jaar tijd ook eenzaam zal gaan voelen in huis. Want vanaf morgen zal zij hem niet meer kwispelend begroeten en nooit meer spontaan haar lieve kop in zijn schoot legt, als hij troost kan gebruiken...

Dag Lisa, dag trouwe viervoeter.

20 april 2009

De kater komt later

Terwijl ik voorzichtig overeind kom, moet ik de neiging onderdrukken om mijn hoofd met beide handen te ondersteunen. Door een dikke mist, banen herinneringen aan een rijkelijk met alcohol besprenkelde avond zich een weg naar mijn bewustzijn. Niet alle grijze hersencellen zijn vernietigd door de alcohol, concludeer ik nuchterder dan ik me voel. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes om mezelf te beschermen tegen de acute pijnscheuten in mijn hoofd, als gevolg van die oogverblindende zon die vrolijk de slaapkamer binnenschijnt. En ik bedenk dat zelfs dénken zeer doet.


De smaak in mijn mond roept associaties met een dood vogeltje op en het gebonk in mijn hoofd overstemt met gemak de muziek van de avond daarvoor. Mijn lijf voelt vreemd slap aan en mijn handen trillen. Als ik voorzichtig mijn hoofd draai, lijkt er plotseling iets van uitzwenkgevaar te bestaan. Het voelt net alsof er nog een deel van mijn hoofd - na enige aarzeling - in slow-motion volgt. Mijn coördinatie is niet meer wat het geweest is en mijn handelingen verlopen verre van vloeiend. Ik sleep mezelf naar beneden en kiep twee vitaminepillen naar binnen. Gulzig drink ik een liter water, maar mijn dorst wordt maar niet minder. Oneliners van diepe rouw en spijt schieten door mijn hoofd. Wanneer ik na enige 'blessuretijd' in de auto zit, zijn de flikkerende lampjes van de richtingaanwijzer genoeg om een licht gevoel van duizeligheid bij me op te roepen. De eerste bocht die ik voorzichtig neem, gaat goed. De rit naar mijn werk later die dag, ook. Ik moet de rest van de dag stevig boeten voor mijn uitermate gezellige avondje, iets dat vroeger gewoon in een paar uurtjes bekeken was. Ik word wederom met mijn neus op de feiten gedrukt: ik wil nog wel de beest uithangen, maar mijn lijf werkt niet meer mee.

De avond daarvoor. Plaats delict: restaurant de Amiral, deelnemer aan: 'Mijn tent is top!' Heerlijk gegeten, goede wijnen gedronken en zelfs een kleine proeverij met de sommelier als bonus gehad... So far, so good. Maar dat 'afzakkertje' in die Ierse pub heeft me duidelijk de das omgedaan. Dat allerlaatste drankje had ik niet moeten nemen en eigenlijk ook het drankje daarvoor al niet, als ik heel eerlijk ben. Maar de muziek was goed en het gezelschap ook. En de aanblik van die jonge mooie Australische ober, die mij steeds zijn stralend witte lach toonde, waardoor bij iedere bestelling zijn fooi groter en groter werd, joeg het bloed door mijn lijf. Ik voelde me de hoofdrolspeelster uit A Fish called Wanda iedere keer als ik zijn Australische accent hoorde. Ik liet mijn fantasie de vrije loop en in gedachten liet ik mij meevoeren naar de Australische outback. Ik stelde me het ruige landschap voor, rook de geur van leer en paarden, evenals het gevaar dat daar overal op de loer ligt. Maar het feit dat hij mijn gids, mijn beschermheer en wie weet wat nog meer zou zijn in die woestenij, maakte oergevoelens in mij los. Ik smolt ter plekke. Dat was overigens niet wederzijds. Denk ik.

Gebeurde het vroeger nog wel eens spontaan, tegenwoordig is een royale fooi de enige manier om exclusieve aandacht te krijgen van zo'n lekker ding. Zucht. Ik heb duidelijk mijn beste tijd gehad... En dat nuchtere besef, zorgde onmiddellijk voor weer een nieuwe kater.

5 april 2009

Onbewust asociaal?

Ik rochel nooit en spuw al helemaal geen fluim op straat. Ook boer ik nooit luid. Soms ontglipt me per ongeluk een windje, maar gelukkig ben ik op zo'n moment meestal alleen. Ik gooi geen troep op straat en laat mijn kinderen na Oudjaar de rotzooi van hun eigen vuurwerk opruimen. Ik meld het vooraf aan mijn buren wanneer ik een feestje geef en zorg ervoor dat de geluidsoverlast binnen de perken blijft. Ik tutoyeer mensen pas, wanneer ze aangeven dat dat prima is. Ik bel bij voorkeur niet in het openbaar. En als mijn mobiel onverwachts tóch gaat wanneer ik in de rij bij de kassa sta, kap ik de beller snel af met de mededeling dat ik spoedig terug zal bellen.


Ik ben geen bumperklever en vloeken doe ik zelden. Hooguit wanneer ik met mijn vingers tussen de deur bekneld raak, maar dan mag ik dat van mezelf, want ik ben ook maar een mens per slot van rekening. Ik peuter weleens in mijn neus, maar alleen wanneer ik denk dat niemand het ziet. Ik laat ook geen remsporen achter in het toilet en zorg ervoor dat het toiletrolletje wordt verwisseld als dat nodig is, zodat degene na mij niet in de problemen komt. Ik breng mijn kinderen waarden en normen bij en corrigeer ze steeds weer, wanneer ze hartgrondig 'kut' zeggen bij een tegenvaller. Die zeldzame keer dat ik in bus of tram zit, sta ik vrijwillig op voor iemand die ouder of zwanger is, mocht dat nodig zijn. Kortom: ik ben gewoon een heel sociaal mens.

Maar volgens Sire zijn wij Nederlanders - en daar val ik toch ook nog steeds onder - steeds asocialer aan het worden. Onbewust asociaal dan wel, maar toch, het zorgt evengoed voor ergernissen. Hondenpoep, troep op straat, het openbaar vervoer, ongewild getuige zijn van een telefoongesprek of muziek uit een I-pod: allemaal ergernissen. Puur uit nieuwsgierigheid heb ik zelf ook even de test gedaan op de site van Sire en wat blijkt? Ondanks het feit dat ik bijna overal ontkennend op antwoord - waar het mijn eigen gedrag betreft - erger ik jaarlijks toch zo'n vijfentwintig mensen met mijn onbewuste asociale gedrag. Verder erger ik me net zoveel (of zo weinig) als de gemiddelde Nederlander. Hoe de mensen van Sire deze conclusies kunnen trekken uit zó'n onvolledige test is me werkelijk een raadsel, maar dat terzijde.

Nu is mij altijd geleerd dat hetgeen waar jij je zo aan ergert bij anderen, vooral iets over jezélf zegt. Dus die egoïstische buurman, die me het bloed onder mijn nagels vandaan haalt vanwege het feit dat zijn eigenbelang altijd voor het groepsbelang gaat, leert mij eigenlijk dat ik misschien ook best wat vaker mezelf voorop mag stellen. En die collega die zó perfectionistisch is dat het bijna dwangmatig is, spiegelt mij eigenlijk dat ik zelf ook best wat meer de puntjes op de i zou kunnen zetten. So far, so good. Maar toch, sinds ik die test bij Sire heb gedaan, blijf ik met een prangende gewetensvraag zitten, waar ik maar niet uitkom...

Want wát zegt het nou over mij, dat ik mij groen en geel erger omdat ik wéér in een dikke, vette hondendrol ben getrapt?

5 maart 2009

Stoute Arie!

Arie Boomsma heeft gezondigd! En hoe! Door schaars gekleed te poseren voor de eenmalige uitgave van het blad Linda, genaamd de L’Homo, heeft het boegbeeld van de Evangelische Omroep zijn achterban geschoffeerd en de missie van de EO uit het oog verloren. Arie heeft zich daarmee de toorn van de directie op zijn hals gehaald. De mooie Arie, bejubeld en aanbeden vanwege zijn goddelijke uiterlijk, heeft op de veelbesproken foto’s slechts zijn kruis bedekt.


“Halleluja, God bestaat,” dacht ik bij het horen van dit heugelijke nieuws. Duivelse tongen beweren echter dat op de foto’s de gelijkenis met Jezus opmerkelijk is, en dat wordt Arie door Christelijk Nederland vast niet in dank afgenomen. Persoonlijk lijkt me dat juist een mooie manier om je geloof uit te dragen, maar ach, wie ben ik?


Maar nu moet Arie boete doen. Nadat hij zijn zonde heeft opgebiecht aan zijn baas, is hij meteen voor drie maanden geschorst. En nee, natuurlijk had deze schorsing niets te maken met het feit dat het hier om de L’Homo ging. Het feit dat Arie zijn eigen gang is gegaan en  contractuele afspraken niet is nagekomen, is tegen het zere been van de gelovige omroep. Daarnaast stond het programma dat Arie presenteert - 40 dagen zonder seks - op de rol, waarbij het juist om het innerlijk van de mens draait, terwijl Arie met zijn foto’s juist de nadruk op het uiterlijk legt.


Het zou wat! Alsof die pubers ineens van hun geloof vallen omdat Arie Boomsma halfnaakt in de Linda poseert? Alsof het hebben van een mooi uiterlijk een belemmering vormt om met elkaar over de meerwaarde van het innerlijke te praten! Als de EO dát standpunt huldigt, dan kunnen ze maar beter op zoek gaan naar de grootste gelovige trol van Nederland, om het werk van mooie Arie over te nemen. Ze meten met twee maten, daar bij de EO. Want toen Arie in 2008 op de cover van de Linda stond - ook met ontbloot bovenlijf and sexy as hell – bleek dat voor de EO geen punt te zijn, omdat Arie toen ‘slechts’ als freelancer voor de omroep werkte. Hoe hypocriet!


Stoute Arie trekt nu openlijk het boetekleed aan. Mea Culpa , mea culpa. Arie is plotseling weer een mak schaap, dat spoedig zijn weg terug naar de kudde zal vinden, nu hij het zondige en heilloze van zijn daad heeft ingezien. Daarmee is Arie voor mij toch wel het lulletje rozenwater van de Nederlandse tv geworden, zéker wanneer je bedenkt dat vooraf wist dat hij de regels overtrad. Wat mij betreft mag hij een voorbeeld nemen aan zijn EO-collega Andries Knevel: die man bleef tenminste bij zijn omstreden uitspraak, zélfs toen gelovig Nederland massaal over hem heen viel.


De EO wil Arie op termijn zijn zonden wel vergeven, zoals het een Christelijke omroep betaamt. Over een tijdje, als alle wind is gaan liggen en het gejubel van Linda - vanwege free publicity – is verstomd, mag Arie weer terug naar de grazige groene weide van de Evangelische Omroep. Gelukkig hoeft hij in de tussenliggende tijd geen taakstraf uit te voeren voor zijn grote misstap. Anders had hij misschien wel huis-aan-huis folders moeten verspreiden, om mensen te overtuigen van het scheppingsverhaal. Persoonlijk behoor ik meer tot de aanhangers van de evolutietheorie van Darwin. Want zeg nou zelf: als God de mens werkelijk naar zijn evenbeeld heeft geschapen, waarom lijken we dan niet allemaal op Arie? Qua uiterlijk natuurlijk…

23 februari 2009

Passie voor zeuren en klagen

Een mens mag tegenwoordig ook niets meer! Het moet maar eens afgelopen zijn met ons gezeur en geklaag, lees ik in Psychologie Magazine. En dát terwijl ik het juist zo lekker vind! Ik doe het dan ook met overgave. Als rechtgeaarde Hollandse klaag ik natuurlijk over het weer: het is me algauw te nat, te koud of te heet. Op de snelweg foeter ik luidkeels op die zondagsrijder of op die achterlijke vrachtwagenchauffeur die denkt dat de weg van hem is, omdat hij nou eenmaal wat meer gewicht in de schaal legt met zijn truck-met-aanhanger dan ik in mijn blikken koektrommeltje.

Ik klaag over de rij bij de kassa of over winkelpersoneel dat niet deskundig is. Ik mopper als mijn sportmaatje afzegt en ik me wéér alleen naar de sportschool moet slepen. En ik klaag stelselmatig over mijn internetverbinding - of beter gezegd internotverbinding - omdat hij om de haverklap uitvalt en áltijd op een cruciaal moment.

Mijn kinderen zijn ook een onuitputtelijke bron voor mijn klaaggedrag. Verder zeur ik regelmatig over collega's en dan met name over die twee waar ik rode vlekken van in mijn nek krijg. Ik klaag over mijn zussen, mijn ouders en mijn vrienden, wanneer dingen niet gaan zoals ik wil. Flitsers die verdekt opgesteld staan, zijn me een doorn in het oog en ook klaag ik steen en been over de bekeuring die vervolgens op de deurmat valt. Ik erger me blauw aan het feit dat ik eindeloos in de wacht word gezet bij een servicedesk à 10 eurocent per minuut en laat dat vervolgens ook luid en duidelijk blijken. En dacht je dat ik in stilte zou lijden wanneer ik een puist waar de Mount Everest een heuveltje bij is, voel opkomen? No way! Goed beschouwd kan ik met gemak in mijn eentje een hele klachtencommissie aan het werk houden.

En nu is er dan het paarse armbandje, om ons bewust te maken van ons zeur- en klaaggedrag. De bedenker daarvan, dominee Will Bowen, stoorde zich namelijk aan ons massale geklaag en zet zich nu in voor een klaagvrije wereld. We schijnen namelijk met z'n allen steeds méér te klagen. Nou is klagen op zich nog niet zo'n ramp - sterker nog - het is zelfs best gezond om af en toe je gal te spuwen. Bovendien is klagen ook een sociaal smeermiddel, want gezamenlijk klagen verbroedert. Maar teveel klagen zorgt voor negativiteit, want we richten onze aandacht dan vooral op onze ontevredenheid. Zeur- en klaagvrij leven maakt ons niet alleen vrolijker, maar ook gezonder en gelukkiger én het geeft ons betere relaties en carrièrekansen, zo predikt de dominee. Wat wil een mens nog meer?

Dus in navolging van het gele armbandje tegen kanker, het rode tegen zinloos geweld en het oranje bandje voor respect, hebben we dan nu het paarse tegen het zeuren en klagen. Iedere keer wanneer er een klacht over je lippen komt, verplaats je het armbandje naar je andere pols. Zo word je je bewust van je eigen klaaggedrag en de bedoeling is dat het geklaag vervolgens ook afneemt. Het meest optimistische volk ter wereld - de Amerikanen - ging ons al met miljoenen voor. Om te weten of jij een fervent klager bent, kan je online een test invullen. Ik heb dat ook gedaan. En wat blijkt? Ik scoor gemiddeld. Ik zit weer eens een keer in de grijze middenmoot, zoals gewoonlijk. Nou dácht ik een keer met kop en schouders boven de rest uit te steken, is het wéér niet gelukt. Het zal me ook eens een keer meezitten! Mopperdemopperdemopper!

Armbandje

11 februari 2009

De laatste-wil-pil

Ik denk dat de Italiaanse Eluana blij is geweest met een vader als Giuseppe Englaro. Dat zou ik in haar plaats in ieder geval wèl zijn. Zeventien lange jaren heeft deze vader gestreden om zijn dochters wens - om te sterven als zij in coma zou liggen - uit te mogen voeren. Een wens die zij kenbaar heeft gemaakt, toen zij nog in leven was én in staat om haar wil kenbaar te maken. Eluana is op haar beurt de Italiaanse regering mooi te snel afgeweest. Nog voordat er een wetswijziging kon worden doorgevoerd, heeft zij haar laatste adem uitgeblazen. Good for her!

De maatschappelijke discussie rondom euthanasie is in Italië volop opgelaaid. De kranten stonden er vol van en iedereen had een mening over deze zaak. De paus verzette zich er fel tegen en ook de rechtse regering schudde nadrukkelijk nee, onder druk van diezelfde paus. Het katholieke geloof speelt in deze discussie natuurlijk een grote rol. Het leven is immers een geschenk van God en je mag een gegeven paard nou eenmaal niet in de bek kijken, dus je doet het er maar mee. Ook al komt er weinig fraais op je levenspad. Ook al moet je jarenlang leven als een kasplantje. Ook al word je oud en seniel, gaat iedereen om je heen dood en kwijn je eenzaam weg in een verzorgingshuis. Het is nou eenmaal je lot en dat heb je maar te dragen. Want God heeft daar vast een bedoeling mee gehad. Túúrlijk...

Nu is het zo, dat wij niet zelf kiezen voor het leven. Die keuze wordt voor ons gemaakt door onze ouders. En wanneer we dan eenmaal op deze aardkloot rondlopen, dan maken we er meestal ook maar het beste van. Eén zekerheid hebben we in dit leven: we gaan ook weer een keer dood. Maar hóe we doodgaan en hoe de weg daar naartoe zal gaan is nog onduidelijk. Onduidelijk, maar in mijn ogen zeker niet onbelangrijk. Ik moet er namelijk niet aan dénken dat ik langdurig in coma raak en afhankelijk wordt van mijn omgeving en de willekeur van de mensen om mij heen. Het is mijn grootste nachtmerrie dat ik niet meer in staat zal zijn om te communiceren of een actieve bijdrage kan leveren aan mijn eigen bestaan. Ik kan dus nu al met zekerheid zeggen dat in zo'n situatie, mijn kwaliteit van leven ver beneden een niveau ligt dat ik wenselijk en draaglijk acht voor mijzelf. Met mijn naasten heb ik dan ook dezelfde afspraak gemaakt als Eluana dat met haar vader deed, in de hoop dat ik in zo'n geval geen zeventien jaar op mijn verlossing hoef te wachten...

Gelukkig leef ik in een land waar euthanasie en hulp bij zelfdoding goed geregeld is. Is iemand terminaal, dan kan hij ervoor kiezen om het leven en het lijden dat daarmee gepaard gaat, actief te laten beëindigen. Ook bij geestelijk lijden is het in bepaalde gevallen mogelijk om hulp te krijgen. Onnodig lijden lijkt in ons land voldoende afgedekt te zijn, maar toch is er nog een grote groep mensen die misgrijpt op de Nederlandse voorzieningen. Mensen die niet doodziek zijn, maar toch klaar zijn met het leven. Omdat ze al zolang leven. Omdat ze eenzaam zijn. Omdat ze teveel beperkingen ervaren waardoor de kwaliteit van leven niet meer voldoende is. Voor deze 'gezonde' mensen is er niets geregeld. Zij lijken een vergeten groep te zijn, zij vallen overal buiten. Hulp bij zelfdoding is in Nederland namelijk strafbaar wanneer iemand niet ziek is.

De pil van Drion, oftewel de laatste-wil-pil, zou voor deze categorie uitkomst kunnen brengen. Het idee dat een waardige dood binnen je bereik is, wanneer het leven je niets meer te bieden heeft, lijkt me een prettig idee wanneer je hoogbejaard bent. Natuurlijk moet bij het gebruik van deze pil aan bepaalde voorwaarden voldaan worden en ook moet de veiligheid gewaarborgd zijn. De pil - hoewel het eerder een drankje lijkt te gaan worden - moet niet zomaar in ieders handen terecht kunnen komen. Ik ben vóór deze zogenaamde laatste-wil-pil. En dat ik niet de enige ben die er zo over denkt, blijkt uit een onderzoek dat vorig jaar heeft plaatsgevonden onder de Nederlandse bevolking. Maar liefst 74% is het met mij eens! Het huidige kabinet heeft echter in haar regeringsprogramma opgenomen dat er geen experiment met de laatstewilpil zal worden toegestaan. En dat is nou jammer. Misschien moeten we de discussie hierover maar weer eens 'nieuw leven' inblazen... wat jij?

2 februari 2009

Het moment van de waarheid

Ook vrouwen hebben een mannelijke kant en zo kon het dus gebeuren dat ik al zappende - op de bank hangend - terecht kwam bij het programma: 'Het Moment van de Waarheid.' En met ingehouden adem, terwijl blosjes van plaatsvervangende schaamte langzaam maar zeker over mijn gezicht omhoog kropen, zag ik hoe kandidaten ten overstaan van partner, vrienden en familie, hun diepste geheimen wereldkundig maakten.


Zo bekende een jonge vrouw dat ze weleens fantaseerde hoe het zou zijn om een relatie met haar baas te hebben. Haar partner - die natuurlijk close-up in beeld gebracht werd - lachte als een boer met kiespijn. Nou vond ik op zich het feit dat deze vrouw over haar baas fantaseerde niet zo schokkend, (hoewel, dat ligt natuurlijk ook aan het soort baas dat je hebt) maar het feit dat heel Nederland daar nu ook getuige van was, maakte het in mijn ogen pijnlijk. Vooral voor haar man. Want die moet de dag na de uitzending ook weer gewoon naar zijn werk. Het lachen verging hem dan ook helemaal toen de dame - in het kader van de eerlijkheid - bekende dat ze niet tevreden was over hun seksleven. Mijn tenen zaten inmiddels krom in mijn pantoffels en ik vroeg me in alle ernst af wat er mis is met tv-kijkend Nederland. Zitten we hier nou met z'n allen op te wachten op de zaterdagavond?

Presentator Robert ten Brink snapt alle commotie rondom zijn nieuwe programma niet, zo beweerde hij desgevraagd in De Wereld Draait Door. Ik viel bijna van mijn bank af, toen ik hem dat met een uitgestreken gezicht hoorde zeggen. Alsof die commotie zo vreemd is... Buiten het feit dat kandidaten zeer intieme details delen met heel voyeuristisch Nederland, hebben we het hier ook nog eens over Robert ten Brink: de Postillon d'amour van de Nederlandse tv, het vleesgeworden equivalent van het woord betrouwbaar. En uitgerekend hij presenteert deze satanische versie van Weekend Miljonairs! De goede man is zelf nog braver dan minister Rouvoet op zondagmorgen in de kerk!

Ik vraag me ook serieus af wát mensen bezielt om mee te doen aan zo'n programma. Waarom willen zij en public aan de tand gevoeld worden over hun diepste verlangens of zorgvuldig bewaarde geheimen? Natuurlijk speelt geld een rol, maar zijn ze nou werkelijk zo naïef dat ze de gevolgen van hun onthullingen niet overzien? Eerlijkheid is niet altijd het hoogste goed! Er bestaat ook nog zoiets als tact.

Zo herinner ik me de gekwetste blik van een vader, toen zijn zoon op tv glashard beweerde dat hij het niet erg zou vinden om zijn vader nooit meer te zien. Ik denk dat Stichting Korrelatie na afloop van de bewuste uitzending overuren heeft gemaakt, want er werden nog meer pijnlijke familieperikelen besproken. In Amerika of Engeland schijnt het allemaal nog veel erger te zijn. Daar is - uiteraard - het prijzengeld ook veel hoger. Het gebeurt regelmatig dat iemand tot het uiterste gaat met zijn bekentenissen: "Ja, ik ben vreemd gegaan met de vrouw van mijn beste vriend..." Om dan vervolgens tóch nog te verliezen, omdat de leugendetector hem ongelijk geeft bij de 200.000 dollar vraag. Alsof zo'n leugendetector zo betrouwbaar is... De kandidaat verliest op dat moment veel meer dan alleen het spel. Weg geld, weg partner en weg respect. But who cares? Het programma verkoopt en daar gaat het om! Er is ten slotte geen beter vermaak dan leedvermaak.

26 januari 2009

Fantastische orgasmes en toyboys

De kredietcrisis zorgt niet alleen voor een slecht gevulde bankrekening, het laat ook zijn sporen na tussen de lakens. Volgens een zeer uitgebreid Brits lifestyle onderzoek, krijgt een vrouw namelijk meer orgasmes wanneer haar bedpartner rijk is. Hoe rijker, hoe beter het orgasme. Of het andersom ook zo werkt, vertelt het onderzoek niet. Maar we weten natuurlijk allang dat geld, roem en macht erotiserend werken.


Vroeger was het consumeren van een ‘groen blaadje’ alleen aan rijke mannen voorbehouden. Zelfs de grootste gedrochten, wisten zich te omringen met jonge, mooie meiden. Tegenwoordig hebben ook de veel oudere, well loaded dámes een toy boy. Voor deze categorie worden zelfs speciale datingavonden georganiseerd. De gefortuneerde vrouwen kunnen op zo’n avond kennis maken met een groepje- streng geselecteerde - jonge Adonissen, die bijzonder geïnteresseerd zijn in een sugar mama . De vrouwen weten heel goed wat ze willen, maar doen tegelijkertijd ook aan struisvogelpolitiek. Ze roepen namelijk om het hardst dat leeftijd ‘slechts’ een getal is. Túúrlijk… dat zeg ik ook altijd over mijn gewicht als ik op de weegschaal sta, maar ondertussen…. En ook beweren ze dat het leuke van jonge mannen is, dat ze helemaal ‘into you’ zijn. Dit in tegenstelling tot de óudere mannen, die altijd over hun schouder kijken, om te zien of er misschien nog een knapperig groen blaadje voorbij komt. Dames, wake up: natuurlijk is zo’n toyboy helemaal into you… Dat is toch part of the deal?


Ik denk dat – een uitzondering daargelaten - er maar één reden is waarom een jong iemand zich bindt aan een veel oudere rijke partner. En die reden is een dikke portemonnee mét de bijbehorende status. Je maakt mij niet wijs dat de Playboy bunny’s die in The Mansion house wonen, tot over hun oren verliefd zijn op Mister Viagra Hugh Hefner. Ze krijgen vast meer vlinders in hun buik van zijn geld dan van de man zelf. En het lijdt voor mij ook geen enkele twijfel dat Anna Nicole Smith de bejaarde olietycoon J.Howard Marshall rechtstreeks het bejaardenhuis in had geschopt, als hij niet zeer vermogend was geweest. Dat deze mensen kiezen voor een rijke, oude partner is hun goed recht. Maar laten we in godsnaam niet doen, alsof in zo’n geval iemand enkel en alleen op een mooi karakter is gevallen. Eerlijk gezegd denk ik dat je als exorbitant rijke man of vrouw nooit zeker zult weten of iemand óók voor je gevallen zou zijn wanneer je Jan Modaal zou zijn geweest.


En wat betreft die betere orgasmes… Natúúrlijk heeft geld invloed op je manier van leven. Je hebt het al gauw leuker samen in een restaurantje dan thuis tussen een stapel onbetaalde rekeningen. Maar feit blijft, als de geestelijke en fysieke klik er niet is, zowel in als buiten het bed, doet geld er ook niet meer toe. Want met iemand opgescheept zitten – ook al zit je in een paradijs op aarde - terwijl je elkaar werkelijk niets meer te zeggen hebt, voldoet nou eenmaal niet. En ik kan je garanderen dat in dat geval het fantastische orgasme ook spontaan uitblijft…hoe loaded hij dan ook mag zijn.

12 januari 2009

Chantagemateriaal

Voordat ik ooit nog een volledige narcose onderga, wil ik zwart op wit een verklaring, dat niets - maar dan ook niets van wat ik uitkraam tussen het moment van slapen en echt ontwaken - tegen mij gebruikt mag worden. Want wat kan een mens een onzin uitkramen! Ik mocht daar afgelopen week getuige van zijn toen mijn dochter onder het mes moest en ik moederlijk aan haar zijde bleef om haar bij te staan.


De sfeer was ongedwongen en luchtig en zelfs de narcotiseur vond het een gezellige boel bij ons aan het ziekenhuisbed. Dat was het ook. Mijn dochter laat zich niet gek maken door haar zenuwen, gelukkig. Dit in tegenstelling tot de andere mensen die daar ook lagen te wachten om geholpen te worden. Zij keken peinzend voor zich uit, friemelden nerveus aan hun laken of deden de ogen toe, om niet geconfronteerd te worden met het hele ziekenhuisgebeuren. Hoe het ook was, wij kwamen de tijd goed door, al was het alleen maar vanwege onze belachelijke outfit. Een mens wordt niet mooier van een blauw mutsje en een blote-billen-operatieshirt of (in mijn geval) een kanariepietgeel schort, blauw mutsje én blauwe schoenhoezen, dus dat zorgde al voor de nodige hilariteit.


Een klein half uurtje nadat ze mijn dochter naar de operatiekamer hadden gebracht, werd ze alweer terug gebracht. Ze zag er ineens heel anders uit. Kwetsbaar ook. Een tube in haar mond, een slangetje met zuurstof in haar neus en diep in slaap nog steeds. Overal draadjes en ze kreeg een bloeddrukmeter om haar arm. Ik streelde haar zachtjes over haar haren en sprak geruststellende woorden tegen haar toen ze zich onrustig bewoog. Mijn dochter, zo lief. Af en toe deed ze haar ogen open. Die stonden nog niet helder en dat werd nog eens onderstreept door de onzin die ze uitkraamde! Om maar wat te noemen: plotseling richtte ze zich op en vroeg met dubbele tong: “Mama, ben ik mooi als ik slaap?” Om daarna meteen weer terug in haar kussen te zakken en weer naar dromenland te vertrekken. Ik moest zó lachen! Ik ben voor de komende jaren in ruime mate voorzien ben van anekdotes die ik gezellig op feestjes kwijt kan, als ik de lachers op mijn hand wil krijgen. Ook kan ik het in geval van nood, alle info altijd nog inzetten als chantagemateriaal.


Zij herinnert zich echt helemaal niets van haar verwardheid en haar hilarische uitspraken. Vol ongeloof hoorde ze me – eenmaal goed wakker - aan en vervolgens gierde ze het uit! Het is dat ze zo bang is voor een ruggenprik, anders zou ze die vast nemen over tien weken, als ze weer onder het mes moet. En drie keer raden wie daar dan weer bij mag zijn. Moi. Ik verheug me er nu al op!

29 december 2008

Struisvogelpolitiek

In deze tijd van bezinning word ik werkelijk bestóókt met vragen of ik soms nog goede voornemens heb. Op zich is die vraag natuurlijk vrij onschuldig, maar in mijn geval valt er een stilte, waarbij ik doordringend en verwachtingsvol wordt aangekeken. Alsof ze me een hint willen geven. Alsof zij het wel zouden weten als ze mij waren… Maar ik bén gewoon niet zo van de goede voornemens. Want:

• Ik ben te dik. Ik moet minstens twintig kilo afvallen. En ik jojo me suf. Ik zit alweer op mijn oude gewicht na mijn lijnpoging van vorig jaar.

• Ik zou aan mijn conditie moeten werken. Want ik ben tegenwoordig al buiten adem als ik de trap heb genomen. Daar merkt niemand iets van, tenzij ik meteen veel moet praten. En dat moet ik weleens. Laatst deed de lift het niet... De behulpzame medewerker - die natuurlijk niets van mijn trapprobleem af wist - wilde me wel via een andere weg voorgaan. Vijf trappen later viel ik bijna dood neer! Ik kon nog net "bedankt" zeggen, wat natuurlijk een grote leugen was, terwijl ik als een vis op het droge naar lucht hapte.

• Verder zou ik mijn huis beter op orde moeten hebben, tussen de keren in dat mijn hulp komt en als een witte tornado door mijn huis gaat. Zodat er ieder moment van de dag bezoek kan komen binnenvallen zónder dat ik me hoef te excuseren voor de troep die her en der rondslingert. Niet alleen mijn troep, maar vooral die van mijn kinderen natuurlijk. Dat brengt me meteen op het volgende punt:

• Mijn kinderen moeten gewoon beter geïnstrueerd en aangestuurd worden als het om opruimen gaat. Dan moet ik natuurlijk ook - en daar zit 'm nou net de kneep - voet bij stuk houden en het niet gauw zelf doen, bij hun eerste zucht van protest.

• Mijn was uit de droger zou ik beter meteen op kunnen vouwen. Niet wachten tot er drie wasmanden vol met gekreukte kleren de ingang tot de badkamer versperren en dat er gegrabbeld moet worden naar een passend paar sokken. Vonden de kinderen dat vroeger nog wel leuk (speelden we gewoon sokkenmemorie), tegenwoordig vervloeken ze me hier 's morgens om!

• 's Avonds eerst mijn oogmake-up verwijderen voordat ik mijn bed in duik met mijn waterproof oogschaduw en mascara. Zo slecht! Het enige voordeel is dat ik 's morgens net zo mooi opsta als ik 's avonds mijn bed in ging. Altijd handig in het geval van vriendjes. Anders is het zo schrikken na slechts een paar uurtjes nachtrust.

• Mijn angst voor de tandarts overwinnen en eindelijk die kroon eens laten zetten, voordat mijn kies echt niet meer te redden is. Gewoon een kwestie van even doorbijten, volgens mijn tandarts.

• Mijn afspraak bij de tandarts niet afbellen zodra de datum van de ingreep nadert.

• Minder alcohol drinken. Ik scoor meestal net een tikkie te hoog op de wat-voor-type-drinker-ben-jij-test (en is dat wel verantwoord?). Nou, ik ben een sociale drinker. Mét een druk sociaal leven.

En dit is nou precies de reden waarom ik nooit aan goede voornemens doe: het is gewoon té confronterend!

Ik wens iedereen een heel gelukkig 2009! (met of zonder goede voornemens)

19 december 2008

Theorietje

"Goedemiddag, ik wil graag een afspraak maken voor een grote beurt."

"Een grote beurt mevrouwtje, dan kan. Wanneer schikt het u?"

"Ergens aan het einde van deze week, komt dat uit?"

"Tuurlijk mevrouwtje, u zeg het maar, donderdag om een uurtje of twaalf?"

"Is prima, zie ik u donderdag."


"Moment nog mevrouwtje, om wat voor auto gaat het?"
"Oh ja, een Opel Corsa."
"Hmm... een Opeltje. Mevrouwtje houdt van zekerheid en veiligheid. Een dieseltje ook zeker?"
"Uh ja inderdaad, een diesel."
"Niets mis mee mevrouwtje. Uit welk jaar is ie mevrouw?"
"Hij is twee jaar oud nu."
"En welke kleur heeft de auto als ik vragen mag?"
"Rood."
"Aha, een jonge rode diesel. Ik weet genoeg. Gheghe. Grappig hoor."
"Wat is daar nou zo grappig aan, meneer?"

"Ach mevrouwtje, ik heb een klein binnenpretje, trek u zich van mij maar niks an. Ik heb zo mijn eigen pleziertjes. Ach trouwens, ik zal het u ook maar vertellen. Luistert, ik heb een theorietje ontwikkeld - hiero - in mijn eigen werkplaatsie. Het breekt de tijd een beetje, snappie?"
"Nou meneer, eerlijk gezegd snap ik er niets van. Over welke theorie hebt u het in Godsnaam?"

"Kijk mevrouwtje, het zit zo: zeg mij welke bakkie u rijdt en ik weet meteen alles over uw seksleven. Eens effe zien: een rode Opel Corsa diesel, zegt u hè? Zozo mevrouwtje, kijk eens aan. U vindt een jonge vent wel lekker, maar wél eentje die al een beetje 'ingereden' is zogezegd, gheghe. U bent vurig wijfie. Ja ja, mij houdt u niet voor het lapje hoor. De kleur rood staat voor vurig in mijn theorietje. U heb ook graag een lang voorspel. Maar wanneer u eenmaal goed opgewarmd bent, zogezegd, kunt u moeiteloos uren doorgaan, net als een diesel. Heb ik gelijk of heb ik geen gelijk, mevrouwtje? U doet het ook overal en altijd. Kijk, dát had ik nou weer niet achter u gezocht.... U ziet er zo beschaafd uit, gheghe. Maat zo zie je maar weer. Wacht effe mevrouwtje, waar gaat u naartoe? Ik ben nog niet klaar..."

........

"U ben ook heel netjes op uzelf en uw vent moet ook goed voor z'n eige zorgen, anders mot u hem niet, hè? Groot gelijk hoor, ik hoef persoonlijk ook geen zweetkippetje in mijn bed, gheghe. Wij begrijpe mekaar best, hè? U doet het trouwens ook altijd veilig, volgens mijn theorietje. Mijn idee mevrouwtje, je weet maar nooit wat voor mankementen ie heb. Als klap op de vurige pijl, gheghe... Hoort u wat ik zeg: vu-ri-ge pijl, kan ik nog zegge dat u meer van het ruwere werk bent. U voelt 'm graag, zogezegd. Waarop ik dat baseer, wil u weten? Nou kijk, de Opel Corsa is een stug wagentje met weinig vering of comfort, da's niet echt het softere werk, hè? Begrijp u wel? Gheghe.

Zo ziet u maar, ik weet meer van u dan u zo op het eerste gezicht zou denken. Klopt mijn theorietje een beetje, mevrouwtje? U ziet er nogal geschokt uit? Geef niet hoor, dat zie ik wel meer gebeuren bij vrouwtjes aan wie ik m'n theorietje vertel, gheghe. Wel charmant hoor, zo'n blosje! Wat ik nog effe vrage wou: zou het u misschien ook schikken om 's ochtends langs te komen? Want ik denk dat ik wel effe werk met u - pardon - met uw autootje heb, bedoel ik."

"Uhm, bij nader inzien geloof ik niet dat ik de auto kom brengen. Ik stuur de eigenaresse zélf wel even langs."

...........

"Mijn oma van tachtig."

1 december 2008

Mijn persoonlijke kredietcrisis

Volgens de media is de kredietcrisis pas vorige maand in alle hevigheid losgebarsten, maar ik weet wel beter! Hij is al veel langer aan de gang. Al jaren. In ieder geval toch bij mij thuis. Mijn banksaldo kent maar één kleur en dat is rood. Van donkerrood tot lichtroze en alles wat daar tussenin zit!


Een tijdje geleden downloadde ik een boekhoudprogramma van internet, in de hoop dat inzage in mijn uitgaven ook wijsheid met zich mee zou brengen. Maar dat viel toch tegen… Starend naar de troosteloze cijfertjes en grafieken nam ik mij heilig voor om mijn leven te beteren. Geen impulsaankopen meer en geen achteloos geshop. Dat was vanaf nu ten strengste verboden, ook al leken al mijn impulsaankopen op het moment zelf altijd ab-so-luut noodzakelijk. Of ze waren gewoon leuk. Of gezellig. Of allebei. En mocht mijn drang om geld uit te geven echt heel groot worden, dan kon ik altijd nog iets voor een ánder kopen. Want iets kopen voor een ander is immers een goede daad en ook nog eens lief en onbaatzuchtig.


Gaandeweg ontdekte ik dat ik best heel goed kon bezuinigen. Ik kon heel streng voor mezelf zijn en wist mijn hand consequent op de knip te houden. Dat wil zeggen: voor een dag of twee. Maar dan ineens was dat zuinige gevoel dat ik al dagen koesterde - dat bráve gevoel waardoor ik bijna boven mezelf uitsteeg – samen met mijn Goede Voornemen, plotseling verdwenen. Als sneeuw voor de zon. Sterker nog: het smolt harder dan de ijsschotsen op de Noordpool onder invloed van het broeikaseffect. De gevolgen waren overigens even desastreus! Ik liet mijn geld weer schaamteloos rollen, hielp zo de economie draaiende te houden en suste mijn geweten met de tegeltjeswijsheid: ‘Wie dan leeft, dan zorgt’. Om de dagen daarna om de oren geslagen te worden met een ander gezegde: ‘Berouw komt na de zonde’.


Maar deze keer pak ik het grondiger aan. En dat is voor iemand die voor een dubbeltje geboren is, maar graag voor een kwartje uitgeeft, niet makkelijk! Als troost volg ik de Frogers met hun zelfverkozen armoede op de voet. Ik identificeer me vooral met Natas, die de aanbiedingen van de week zorgvuldig uitpluist en hartgrondig verzucht dat ze meer dagen van de week over heeft, dan geld. Ik ken dat gevoel. Tegenwoordig worden de aanbiedingenkrantjes bij mij thuis al opgevangen voordat ze de deurmat raken. En ik fiets gerust een blokje om de scherpste aanbieding te scoren. Eigenlijk ben ik gewoon goed bezig.


Ik heb zélfs een jaaroverzicht gemaakt. Ook heb ik het Nibud geraadpleegd én de site: Blijf Positief. Daar had men het ook – naast alle andere tips – over het creëren van een buffer. Een wat? Een buffer, ja. Voor als er plots iets stuk gaat. Voor onverwachte kosten aan huis of auto. En het bedrag dat ik als buffer zou moeten hebben was meer dan een half jaarsalaris(!) Ik werd er een beetje depri van, van die positieve site. Want in mijn huis staat álles op het punt om kapot te gaan en mijn auto is al bijna negen jaar oud. En ik heb geen buffer… Die komt er voorlopig ook niet, zoals het zich nu laat aanzien. Ténzij ik natuurlijk de Staatsloterij win… Gelukkig heb ik in mijn decemberbegroting al rekening gehouden met de aanschaf van een Oudejaarslot. Dat kon er nog nét vanaf…

17 november 2008

Mijn geheim

Als vroeger een vriendinnetje mij de vraag stelde: “Kun je een geheim bewaren?” dan antwoordde ik altijd volmondig “ja”. Door haar vraag alleen al, werd mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Popelend van ongeduld wachtte ik op het moment, dat ze me deelgenoot zou maken van haar geheim. Met gevoel voor drama voerde ze vervolgens de spanning genadeloos op - tot ondraaglijke hoogte naar mijn idee - en na enig aandringen biechtte ze eindelijk haar zielenroerselen aan mij op. Ik smúlde van deze momenten. Ik smulde van de exclusiviteit van mijn positie. Ik wist iets, dat niemand anders wist. Dat maakte dat ik mij bijzonder voelde, bevoorrecht zelfs. Over de gevolgen van zo’n ontboezeming dacht ik toen nog helemaal niet na. Over discretie trouwens ook niet.

Jaren later - ik was zo’n jaar of twintig - werd ik op een avond plots deelgenoot gemaakt van een serieus en groot geheim. Iets dat, zo werd mij met klem verzocht, écht nooit verder verteld mocht worden. De gevolgen zouden immers niet te overzien zijn, als het uit zou lekken. Ik beloofde natuurlijk uiterste discretie. Maar vervolgens zat ik ermee… Want het geheim drukte onverwacht zwaar op mijn gemoed. Ik moest de informatie die mij ter ore was gekomen, zelf ook verwerken en dat maakte veel emoties bij me los. Dit grote geheim, sloeg de roze bril die ik altijd op had als ik naar de wereld om mij heen keek, in één klap van mijn gezicht. Ik realiseerde me daardoor, dat het opbiechten van een geheim, óók gevolgen voor de ander heeft. Gevolgen die de ander niet altijd kan inschatten. Voor het eerst bleek het horen van een geheim niet alleen spannend te zijn, maar vooral ook belastend. Ik ging eronder gebukt. Ik kwam in gewetensnood en kon er ook met niemand over praten, want ik had immers plechtig geheimhouding beloofd?

Uiteindelijk besloot ik - met pijn in mijn hart - dat ik me niet aan dat verzoek tot geheimhouding kon houden. Het geheim was groter dan ik dragen kon. Dat besef deed buiten alle schuldgevoelens, ook nog eens afbreuk aan mijn gepolijste zelfbeeld. Ik deelde het geheim uiteindelijk met iemand die er veel verder vanaf stond, maar die mij erg dierbaar was en dat luchtte me ontzettend op. Het zware juk was van mijn schouders. Ik besloot op dat moment, dat ik nooit, maar dan ook nóóit meer, 100% discretie zou beloven in privé-situaties. Op mijn beurt zal ik dat ook niet van een ander verwachten. Ik vertrouw erop dat degene met wie ik mijn geheim deel, er zorgvuldig mee omgaat, net zoals ik dat doe.

Geheimen hebben invloed op je gezondheid: zowel geestelijk als lichamelijk. Ik zie daar op mijn werk dagelijks de gevolgen van. Een geheim kan loodzwaar wegen. In zo’n geval is het goed om erover te praten met iemand. En mocht de schaamte te groot zijn, dan kan je het altijd nog anoniem kwijt in een blad of op het internet. En ik ben voyeuristisch genoeg om andermans geheimen te willen lezen. Sterker nog: ik smul ervan!  Toch zal je mij nooit betrappen met een uitgave van ‘Mijn Geheim’. Daarmee gezien worden, is nog erger dan bekennen dat je de Bouquetreeks weleens leest! Dus rest mij niets anders dan internetsites af te stropen, om mijn nieuwsgierige honger te stillen.

Ergens schaam ik me er ook wel een beetje voor. Daarom zet ik het hier maar neer. In vertrouwen. Mijn geheim.

Laatste reacties

  • champagne Ik schrijf nog maar 1 of 2 c
  • Amelie Volgens mij heeft ze naar je
  • Anton Ach gun zo'n jong blaadje no
  • champagne Laten we het hopen ;-)
  • Rian Als ze je blog lezen, mailen